Dollar stijgt terwijl Iran-oorlog centrale banken in afwachtstand houdt
In dit artikel:
In Tokio op 22 april bleef de Amerikaanse dollar in de Aziatische handelsuren overeind en handelde de dollarindex nabij het hoogste niveau van een week, geduwd door een mix van geopolitieke onzekerheid en binnenlandse Amerikaanse economische signalen. Markten reageerden op president Trump die de termijn van een wapenstilstand met Iran onbeperkt verlengde, maar tegelijkertijd de blokkade van Iraanse havens liet voortduren; dat legitimeerde vraag naar de veiligehavenvaluta omdat het de normalisatie van energie-export via de Straat van Hormuz onduidelijk houdt.
Ondersteuning voor de dollar kwam ook uit Washington: Kevin Warsh, kandidaat voor een benoeming bij de Federal Reserve, presenteerde zich tijdens een Senaatsverhoor als onafhankelijk ten opzichte van het Witte Huis en voerde plannen voor brede hervormingen aan — zijn opmerkingen werden door analisten als licht havikachtig bestempeld. Daarnaast vielen sterkere Amerikaanse detailhandelscijfers op: de verkopen stegen in maart met 1,7% (meer dan verwacht), deels door hogere benzine-inkomsten door stijgende olieprijzen en belastingteruggaven die consumptie ondersteunden.
De dollarindex daalde later terug naar 98,367 nadat hij eerder de hoogste stand sinds 13 april had genaderd. De meeste andere valuta’s lieten weinig beweging zien: de euro rond $1,1742, het pond $1,3511, de Australische dollar $0,7157 en de Nieuw-Zeelandse dollar $0,5907. Ten opzichte van de yen bleef de dollar vlak op 159,35, nadat Japanse export voor de zevende maand op rij steeg en daarmee liet zien dat de Golfconflicten de handelsstromen nog niet zwaar verstoorden.
Marktananalisten wijzen ook op interne spanningen binnen Iran — de strijd tussen de hardliner Islamic Revolutionary Guard Corps en gematigder facties — als het grootste risico voor een duurzame oplossing. JPMorgan’s Junya Tanase merkte op dat Warshs woorden weliswaar een licht havikachtig signaal gaven, maar dat de recente dollarsterkte vooral door hogere olieprijzen gedreven was; OIS-prijzen en futures tonen slechts beperkte bijstelling van verwachtingen voor vroege renteverlagingen. Handelaren verschuiven hun inschattingen voor renteverlagingen verder naar achteren, richting 2027. Tot slot klommen cryptovaluta mee: bitcoin steeg circa 2,5% en ether ongeveer 2,4%.