Doorbuffelen na je zeventigste? Nederland kan een voorbeeld nemen aan Japan

maandag, 11 mei 2026 (16:48) - Het Financieele Dagblad

In dit artikel:

Reis je een week door Japan, dan ontmoet je veel zeventigplussers die nog werken: van taxichauffeurs in Nagano en theeverkopers in Kyoto tot parkeerwachters en een lunchcafé-eigenaar in Shinjuku. Dat beeld weerspiegelt een land waar bijna een derde van de bevolking boven de 65 is en het geboortecijfer tot de laagste ter wereld behoort. De combinatie zet het pensioensysteem en de arbeidsmarkt onder grote druk, en de overheid probeert ouderen te behouden als economische buffer.

Premier Sanae Takaichi, zelf 65, roept oudere Japanners op actief te blijven: “Werk als een paard”, zei ze na haar verkiezingswinst. De overheid stimuleert parttime en laagdrempelige banen voor senioren en heeft ook een groot pensioenbeleggingsfonds opgezet om de AOW-pot op langere termijn houdbaar te houden. Dat fonds behaalde in het laatste kwartaal van 2025 een winst die de waarde op ongeveer €1.588 miljard bracht, maar die opbrengst wordt voorlopig opzijgelegd in plaats van huidige pensioenen te indexeren.

Voor veel ouderen is blijven werken geen vrijblijvende keuze maar financiële noodzaak. De basisuitkering (vergelijkbaar met AOW) bedraagt in Japan ongeveer €385 per maand; veel alleenstaanden en kleine ondernemers komen daardoor niet rond. Het Japanse statistiekbureau stelde in 2024 vast dat oudere koppels gemiddeld €186 per maand tekortkomen. Sugimoto, 79 en bijna vijf decennia eigenaar van een lunchcafé in Tokio, legt uit dat hij blijft werken om de zorgkosten van zijn zieke vrouw te betalen: “Ik blijf werken zolang mijn lichaam het volhoudt.” Het dagelijkse werk legt fysieke druk op hem; zijn nek is scheef geraakt door jaren in de keuken staan.

Niet iedereen heeft een eigen zaak: duizenden ouderen verdienen bij via speciale uitzendbureaus, de zogeheten Silver Centers. Ongeveer 700.000 senioren vinden zo werk als parkeerwachter, vakkenvuller of schoonmaker bij stations en kruispunten. Voor sommigen is het ook sociaal lonend — wie wekelijkse straatveger Yoshichika Komatsubara (74) vraagt, hoort dat de klus van €7 per uur hem vreugde en beweging brengt: “Ik zie de wijk als mijn eigen tuin.”

Economisch en beleidsmatig lopen de meningen uiteen over de beste oplossingen. Het omslagstelsel — waarin werkenden de pensioenen van ouderen betalen — komt onder druk te staan naarmate de groep werkenden krimpt. Hoogleraar Yuji Genda pleit ervoor bedrijven te verplichten mensen tot minstens zeventig te laten doorwerken, om ouderen niet naar slechtbetaalde, onzekere baantjes te verdrijven. Jacob Funk Kirkegaard van het Peterson Institute ziet in Japan een andere blik op werk en veroudering: geleidelijke uittreding, deeltijdwerk en taken onder iemands niveau kunnen maatschappelijk nuttig zijn en helpen het financiële tekort te dempen. Hij waarschuwt Europese landen dat zij snel naar vergelijkbare oplossingen moeten kijken nu zij ook vergrijzen.

Immigratie is een ander instrument om tekorten te bestrijden. Japan nam de afgelopen jaren, uit pragmatische overwegingen, meer buitenlandse arbeidskrachten op; het aantal buitenlanders groeide naar ongeveer 4,1 miljoen, met 356.000 erbij in 2025. Dat roept politieke discussie op en nationale naturalisatie blijft moeilijk, maar deskundigen achten de toename op de arbeidsmarkt onomkeerbaar.

Kortom: in Japan vervaagt het traditionele beeld van pensioen als werkloos genieten. Voor velen is werken in het publieke of informele circuit zowel economisch noodzakelijk als sociaal betekenisvol. De uitdaging voor beleid blijft het combineren van genoeg inkomen en zorg voor ouderen met een duurzaam pensioensysteem en een arbeidsmarkt die zowel jongeren als langdurig werkenden kan dragen.