Dubbelinterview over de 'zin' van het lijden

woensdag, 25 maart 2026 (08:48) - Het Financieele Dagblad

In dit artikel:

Godsdienst en wielrennen blijken al meer dan een eeuw onlosmakelijk met elkaar verbonden; de Ronde van Vlaanderen (5 april) geldt als treffend voorbeeld: een koers die wordt voorgesteld als een kruisweg over verlaten wegen langs Mariakapellen. Op het erf van oud-profrenner Maarten Ducrot in Bruchem spreken hij en theoloog Arnold Huijgen over dat samenspel: lijden als existentiële grenservaring, het peloton als afspiegeling van de samenleving en de betekenis van kwetsbaarheid.

De ontmoeting speelt zich af op Ducrots boerderij bij Zaltbommel, waar de mannen hun racefietsen dragen en tussen technische details filosofiseren. Huijgen, recent Theoloog der Nederlanden met het motto “Diepgaan”, verzamelt gesprekken over breekpunten in het leven en zet die naast Bijbelse verhalen over vallen en opstaan. Ducrot, profrenner vanaf zijn 26ste en later bekend als wielercommentator, legt zijn ervaringen uit het peloton naast leiderschapsinzichten die hij nu overdraagt — onder meer met behulp van paarden op zijn erf. De dieren dwingen tot zwijgzame aandacht en wederkerigheid; je kunt een paard niet bevelen zoals een hond, je moet een band opbouwen.

Hun levens lopen langs verschillende religieuze tradities. Huijgen komt uit een protestants milieu in Bunschoten‑Spakenburg, waar het woord en Bijbelstudie centraal stonden en hij later dogmatiek ging studeren en doceren aan de PThU. Hij schreef onder meer een veelbesproken boek over Maria en essays over de hel. Ducrot groeide op in katholiek Vlissingen, in een beeldcultuur waarin de Bijbel minder centraal stond. School hield hij voor gezien; fietsen was zijn ontsnapping. Pas na jaren zette hij zijn studie psychologie alsnog voort en werd profrenner. In 1985 maakte hij naam met een ritzege in de Tour.

Beide mannen zien in de sport een beeldtaal voor het menselijke leven. Huijgen noemt het moment op een beklimming waarop je alle reserves lijkt te verliezen — en toch bovenkomt — als een soort spirituele ervaring: het aantappen van onwaarschijnlijke krachten. Ducrot beaamt dat afzien trainbaar is en haalt uit eigen carrière twee ‘wetten’: wie één meter buiten de kudde rijdt, vindt daar het verschil; en hoe je een situatie voor jezelf verklaart, bepaalt wat je doet — geïllustreerd met een anekdote van een lekke band in een kopgroep waarna hij toch een achterstand inhaalde die eerder ondenkbaar leek.

De discussie raakt ook aan bredere sociale thema’s. Ze verwijzen naar Hartmut Rosa’s idee van “onbeschikbaarheid”: het argument dat onvoorziene gebeurtenissen — geboorte, dood, vallende sneeuw — de werkelijkheid haar intensiteit geven en dat het streven naar totale beheersing schoonheid en kracht wegneemt. Huijgen merkt dat studenten liever strakke kaders hebben dan vrije ruimte; Ducrot ziet hetzelfde fenomeen in bedrijven en in het hedendaagse peloton: de mens wordt gereduceerd tot taak of wattage, alles wordt gepland en bestuurd via oortjes en meetgegevens. Volgens hem heeft die instrumentalisering de solidariteit in de koers aangetast. Waar vroeger renners elkaar soms zelfs uit gevaarlijke situaties haalden — een herinnering aan een rit waarin Bernard Hinault een demarrage terughaalde om een gewonde renner te helpen — heerst nu meer individuele focus en afstandsbediening, met meer valpartijen als gevolg en met “God” als moreel referentiepunt dat in het peloton grotendeels verdwenen is.

Ducrot verbindt die beweging met maatschappelijke effecten: werknemers raken vaker burn‑out, bedrijven bieden minder verbondenheid, en mensen consumeren ervaringen in plaats van hun eigen veerkracht te ontwikkelen. Huijgen en Ducrot pleiten impliciet voor ruimte voor onvoorzienheid, het vermogen om schoonheid te herkennen in wat niet beheerst kan worden, en voor het herwaarderen van gemeenschapszin — of dat nu op een fiets, in een vergaderzaal of in een kerk is.

Kortom: het gesprek tussen een theoloog en een oud‑renner toont hoe wielrennen meer is dan sport; het is een metafoor voor menselijke grenzen, solidariteit en de wijze waarop moderne controle en meetbaarheid zowel prestaties kunnen optimaliseren als de ziel uit relaties en gemeenschappen kunnen verdrijven.

BEKIJK OOK:

Vandaag Inside: Dave Maasland vertelt In de Wandelgangen over zijn nieuwe tv-programma: 'Ik hoop echt...'