DUFAS: herziening SFDR is stap vooruit, maar vergelijkbaarheid voor beleggers blijft achter
In dit artikel:
DUFAS reageert positief op het voorstel van de Europese Commissie om de Sustainable Finance Disclosure Regulation (SFDR) grondig te herzien, maar waarschuwt dat cruciale tekortkomingen blijven bestaan. De branchevereniging voor vermogensbeheerders noemt de voorgestelde “SFDR 2.0” een belangrijke stap omdat de Commissie inzet op een meer productgerichte benadering: duidelijkere productcategorieën, eenvoudiger entiteitsrapportages, het schrappen van de verplichte PAI-verklaring op entiteitsniveau en het weghalen van portfoliomanagement en beleggingsadvies uit de SFDR-scope. Bovendien komt er expliciete ruimte voor investeringen in de energietransitie.
DUFAS erkent deze verbeteringen, maar legt de nadruk op één centraal punt: eindbeleggers moeten producten eenvoudig en betrouwbaar kunnen vergelijken. Zonder gestandaardiseerde, makkelijk vergelijkbare informatie blijft het doel van de SFDR onbenut, aldus Ron Gruijters (Manager Sustainable Finance). Daarom pleit DUFAS voor een beperkte maar verplichte set kernduurzaamheidsindicatoren die voor álle productcategorieën geldt — voorbeelden zijn broeikasgasuitstoot, blootstelling aan fossiele brandstoffen, schendingen van de UN Global Compact en het ontbreken van mensenrechten-due-diligence — met ruimte voor aanvullende, vrijwillige metrics die bij een productstrategie passen.
Praktische uitvoerbaarheid vormt een tweede aandachtspunt. DUFAS wijst op de sterke afhankelijkheid van externe dataproviders, die veelal buiten het bereik van de SFDR vallen, waardoor beheerders zwaardere rapportageplichten krijgen terwijl dataleveranciers niet onder dezelfde transparantie-eisen vallen. De koepel pleit daarom voor strengere waarborgen voor datakwaliteit — bijvoorbeeld transparantieverplichtingen voor dataproviders of een gedragscode onder toezicht — en voor een proportionaliteitsprincipe dat erkent dat onderliggende data niet altijd beschikbaar is.
Ten derde waarschuwt DUFAS voor gebrek aan samenhang in het bredere EU-duurzaamheidskader. Verschillen tussen SFDR, EU-klimaatbenchmarks, ESMA-naamgevingsregels en MiFID II kunnen tot verwarring en inconsistenties leiden. DUFAS vraagt daarom om afstemming van minimum-uitsluitingscriteria en heroverweging van sociale minimumwaarborgen: in plaats van louter UN Global Compact ziet men de UN Guiding Principles en de OESO-richtlijnen als beter aansluitend op praktische due diligence.
Positief is DUFAS over de erkenning van ‘transition products’, maar zij willen expliciet dat randvoorwaardelijke investeringen (zoals energie-infrastructuur, warmtenetten, batterijopslag en groene waterstof) daar ook onder vallen. Verder pleit de koepel voor verankering van engagementstrategieën in alle drie productcategorieën, omdat betrokkenheid vaak effectiever is dan uitsluitingen, zeker bij illiquide posities.
Tot slot dringt DUFAS aan op een realistische implementatietermijn: de voorgestelde 18 maanden is acceptabel mits Level‑2-uitwerkingsregels minstens een jaar voor de ingangsdatum beschikbaar zijn. Voor fund-of-funds pleit men voor een extra rapportagewindow, en voor een ‘stop-the-clock’-bepaling voor onderdelen van de huidige SFDR die per direct vervallen. Het uitgebreide position statement met twaalf aanbevelingen is gepubliceerd op de DUFAS-website.