Dure kaartjes en ondoorzichtige verkoop houden Oranjefans niet weg van WK voetbal
In dit artikel:
De kaartverkoop voor het WK 2026 heeft geleid tot een onderzoek van de openbaar aanklagers van New Jersey en New York, die de praktijk omschrijven als een wirwar van verwarring, nepschaarste en extreem hoge prijzen. De aandacht is met name gericht op de verkoop rond het stadion in New Jersey, waar de finale wordt gespeeld. Het toernooi begint op 11 juni en kreeg vooraf veel kritiek vanwege de ticketkosten: Democratische congresleden waarschuwden dat dit het financieel minst toegankelijke WK tot nu toe zou worden, en zelfs president Trump uitte begin mei zijn verbazing over de tarieven.
FIFA hanteert dynamische prijzen: de kosten per kaart stijgen naarmate de vraag hoger is en populaire wedstrijden duurder zijn geprijsd. In de meest recente verkoopronde kostte een kaart voor de finale tot 10.990 dollar; ter vergelijking betaalden fans bij het WK 2022 in Qatar maximaal 1.600 dollar. Daarnaast liggen er beschuldigingen van misleiding: nadat veel supporters kaarten hadden gekocht binnen vier categorieën, voegde FIFA later vier duurdere categorieën toe met betere zitplaatsen in al deels verkochte secties, waardoor eerdere kopers zich benadeeld voelden.
Fanorganisatie Football Supporters Europe diende in maart een formele klacht in bij de Europese Commissie en verwijt FIFA een monopolie op de ticketverkoop en een gebrek aan eerlijke, transparante verkoopvoorwaarden. Ook politieke en publieke verontrusting speelt mee in het onderzoek.
Ondanks de commotie verwacht de KNVB dat ongeveer 5.000 Nederlandse supporters bij de groepswedstrijden van Oranje aanwezig zullen zijn — meer dan bij het WK 2022 (3.000), en vergelijkbaar met eerdere toernooien. Resaleprijzen voor Nederland stegen in mei gemiddeld zo’n 11%, maar voor twee derde van de deelnemende landen daalden de doorverkoopprijzen juist. Eerstehandsverkoop verloopt niet overal snel; in Arlington (eerste speelstad van Oranje) was eind mei naar schatting 35–50% van de kaarten verkocht.
Ook de toeristische keten merkt de terugval: een AHLA-enquête toont dat 80% van de hotels in speelsteden minder reserveringen heeft dan verwacht, en in Kansas City zijn boekingen zelfs lager dan in gemiddelde zomermanden. In individuele gevallen leidde dit al tot annuleringen, bijvoorbeeld van het hotelreservering van Nederlands international Marten de Roon.