ECB-beleidsmakers temperen kansen op renteverhoging in april
In dit artikel:
Beleidsmakers van de Europese Centrale Bank (ECB) gaven op 16 april in Washington aan dat een renteverhoging deze maand onwaarschijnlijk is en dat meer gegevens nodig zijn voordat er wordt besloten te verkrappen. De opmerkingen kwamen tijdens de voorjaarsvergaderingen van het IMF en de Wereldbank, naar aanleiding van een inflatiepiek boven de ECB-doelstelling van 2% die grotendeels door hogere energieprijzen wordt veroorzaakt. ECB-hoofdeconoom Philip Lane zei dat de Raad "doet wat nodig is" en dat de precieze vergadering waarop een beslissing valt uiteindelijk bijzaak is. De Franse centralebankpresident Francois Villeroy de Galhau noemde een stap in april "voorbarig" zonder duidelijkere signalen over doorwerking naar de onderliggende inflatie en de vraag.
Financiële markten hebben de kans op een verhoging in april teruggeschroefd naar circa 20%, maar rekenen wel op een eerste stap tegen juli en mogelijk een tweede later dit jaar. Diverse centralebankiers — onder wie Letlands Martins Kazaks, Estlands Madis Muller en Malta’s Alexander Demarco — benadrukten dat er nog weinig bewijs is voor zogenaamde tweede-ronde-effecten (waarbij hogere energieprijzen doorwerken in lonen en prijzen) en dat een verslechtering van de vooruitzichten nodig zou zijn om in april op te treden. Samengevat: de ECB toont geduld en wacht op stevigere data voordat ze renteverhogingen doorvoert, terwijl markten een later begin van verkrapping inprijzen.