ECB-beleidsmakers zien nog weinig bewijs voor renteverhoging in april
In dit artikel:
Beleidsmakers van de Europese Centrale Bank (ECB) zijn terughoudend om al op 30 april de rente te verhogen, zeggen vier ingewijden tegen Reuters. De discussie speelt in Washington (artikel gedateerd 15 april) en draait om de vraag of de recente inflatiestijging — 2,5% in maart, tegen 1,9% een maand eerder — echt geborgd is of slechts tijdelijk door hogere energieprijzen door het conflict in het Midden-Oosten wordt aangedreven.
De bronnen benadrukken dat tweede-ronde-effecten (waarbij hogere energieprijzen doorwerken naar hogere lonen en bredere prijsstijgingen) nog mogelijk zijn, maar dat er concreet bewijs nodig is dat die effecten zich verspreiden voordat men tot verkrapping overgaat. Tegelijkertijd wijzen ze op factoren die een directe renteactie minder urgent maken: lange-termijn inflatieverwachtingen zijn niet omhooggeschoten en de binnenlandse inflatiedruk vertraagt; de arbeidsmarkten zijn afgekoeld, waardoor loondruk beperkt blijft; en hogere benzineprijzen drukken juist de vraag en het bestedingsvermogen.
ECB-president Christine Lagarde omschreef de economische situatie als gelegen tussen het basisscenario en minder gunstige scenario’s, wat beleggers interpreteerden als een signaal tegen directe actie. Marktprijzen geven nu ongeveer 20% kans op een renteverhoging in april, maar rekenen wél op een stap in juni en mogelijk nog een in het najaar.
Tegelijk waarschuwen enkele beleidsmakers voor reputatierisico: uitstellen te lang kan het geloof in de anti-inflatievastheid van de ECB aantasten als hoge cijfers aanhouden. Bovendien kan het traag normaliseren van energiemarkten — zelfs bij een snelle oplossing van het conflict — bedrijven aanzetten prijzen sneller aan te passen, mede doordat men nog vers herinnerd is aan de hoge inflatie van vier jaar geleden. Beleidsverstrakking blijft daarmee expliciet op tafel, maar wordt afhankelijk gemaakt van duidelijker bewijs van aanhoudende, breed gedragen inflatiedruk.