Een 19de-eeuws voormalig koetshuis in het hart van Arnhem

woensdag, 10 juni 2026 (09:34) - Het Financieele Dagblad

In dit artikel:

In het kantoor van juridisch innovatieondernemer Jeroen Zweers (1965) valt meteen een klassieke Porsche 912 op die als kunststuk in de werkruimte staat geparkeerd. Zijn partner Jeannine Reinders (1969), bureaumanager, was aanvankelijk verbaasd over de auto in huis maar is eraan gewend geraakt. Het pand zelf draagt een theatrale geschiedenis: in de 19e eeuw gebouwd als koetshuis, later onder meer fietsenmakerij en atelier, en vanaf de jaren tachtig bekend als poppodium De Goudvishal, een belangrijke locatie voor de punkscene waar ook een jonge Dave Grohl optrad.

De Goudvishal sloot in 2007 en werd daarna omgebouwd tot woning; Jeroen en Jeannine zijn er vier jaar geleden als derde bewoners ingetrokken. Veel oorspronkelijke sporen van het clubleven zijn zichtbaar gebleven: een wand vol oude affiches en anekdotes — gidsen stoppen geregeld om over de geschiedenis te vertellen, en een zwarte paal in de woonkamer roept herinneringen op aan vroegere bezoekers. Boven, waar vroeger kleedkamers en een drukkerij waren, zijn nu slaapkamers en badkamer ingericht.

Het huis, bijgenaamd ‘de groene doos’ vanwege de met klimop beplante muren en ook wel ‘het clubhuis’ omdat het door de nabijheid van station en uitgaansleven een trefpunt voor vrienden was, biedt royale ruimte: de woonkamer is 110 m² en heeft door een deels aangebrachte vide een plafondhoogte van ongeveer 7,5 meter. Die omvang en de forse meubels maakten de inrichting mogelijk, maar bij de verhuizing naar een monumentaal huis in Velp moet veel teruggeschroefd worden—een meterslange eettafel wordt bijvoorbeeld een meter korter gezaagd.

Ze zullen vooral de centrale ligging en de ruime, losse sfeer missen; Jeannine liep voorheen in een kwartier naar haar werk en had het theater op loopafstand. De keuze voor Velp was emotioneel: het nieuwe huis was “love at first sight”. Het verhaal van dit paar illustreert ook een bredere ontwikkeling: karaktervolle plekken uit de uitgaanscultuur krijgen na sluiting vaak een tweede leven als woonruimte, waarbij veel van de lokale herinnering en sfeer bewaard blijft.