Een beetje architect heeft ook een stoel op zijn naam

vrijdag, 16 oktober 2026 (15:34) - Het Financieele Dagblad

In dit artikel:

Architecten ontwerpen geregeld niet alleen gebouwen, maar ook de meubels en interieurs die daarbij horen. Zo ontstaat een samenhangend totaalconcept, het zogenoemde gesamtkunstwerk. Frank Gehry liet dat principe in 1997 zien bij de opening van het Guggenheim Museum in Bilbao, waar honderden van zijn Hat Trick Chairs in de hal stonden. De stoel uit 1990 bestaat uit gebogen stroken gelamineerd esdoornhout en heeft, net als veel van Gehrys architectuur, een lichte maar verrassend stevige constructie. Zijn fascinatie voor sterke, lichte materialen gaat terug op appelkistjes uit zijn jeugd en op experimenten met golfkarton, zoals de Wiggle-stoel.

De geschiedenis kent veel architecten die hun gebouwen tot in detail wilden vormgeven. Hendrik Petrus Berlage ontwierp voor het Jachtslot Sint-Hubertus niet alleen het gebouw, maar ook het interieur en zelfs het bestek. Zijn opdrachtgever Helene Kröller-Müller bemoeide zich echter zo intensief met het ontwerp dat de samenwerking stukliep. Henry van de Velde maakte het jachtslot vervolgens af. Ook hij werkte als een veelzijdig totaalkunstenaar: voor zijn huis Bloemenwerf ontwierp hij meubels én kleding voor zijn vrouw Maria Sèthe, die zelf een belangrijke artistieke rol speelde.

Het begrip gesamtkunstwerk ontstond bijna tweehonderd jaar geleden in de Romantiek en staat voor het samengaan van verschillende kunstvormen. In de praktijk draaide de erkenning lange tijd vooral om één, meestal mannelijke, naam. Medewerkers en partners raakten daardoor op de achtergrond. Zo werd de invloed van Maria Sèthe op Van de Veldes werk pas later duidelijk. Ook Truus Schröder-Schräder werd lange tijd vooral gezien als opdrachtgever en bewoner van het Schröderhuis in Utrecht, terwijl onderzoek steeds sterker wijst op haar rol als medeontwerper van het huis en de ideeën erachter.

Dat probleem speelt ook bij Le Corbusier. De Zwitsers-Franse architect presenteerde zich nadrukkelijk als het genie achter zijn werk, maar Charlotte Perriand ontwierp samen met Pierre Jeanneret een belangrijk deel van het beroemde meubilair, waaronder de LC4 Chaise Longue. Villa La Roche in Parijs geldt eveneens als een gesamtkunstwerk van Le Corbusier, Jeanneret en Perriand. Le Corbusier overschaduwde bovendien Eileen Grey, wier villa E-1027 aan de Franse Rivièra hij zonder toestemming beschilderde. Zijn ingreep wordt tegenwoordig vaak als vandalisme gezien.

Andere voorbeelden tonen hoe nauw gebouw en meubel op elkaar kunnen aansluiten. Arne Jacobsen ontwierp voor het SAS Royal Hotel in Kopenhagen zowel de architectuur als de Egg- en Swan-stoelen. Frank Lloyd Wright richtte het Imperial Hotel in Tokio in en maakte onder meer de Peacock Chair. Alvar en Aino Aalto werkten samen aan het Paimio-sanatorium in Finland; de bekende Paimio-stoel was speciaal bedoeld om patiënten beter te laten ademen. Giò Ponti combineerde architectuur, interieurontwerp, meubels, onderwijs en tijdschriftredactie en ontwierp onder meer de Livia-stoel.

Gerrit Rietvelds stoelen sluiten visueel aan bij zijn architectuur, maar de Zigzagstoel werd ook ontworpen voor het interieur van het Schröderhuis, waar Truus Schröder-Schräder tot 1985 woonde. Ludwig Mies van der Rohe en Lilly Reich creëerden samen het Barcelona-paviljoen en de bijbehorende Barcelona Chair voor de Wereldtentoonstelling van 1929. Het paviljoen werd later herbouwd en de stoel wordt nog altijd geproduceerd.

Ook latere ontwerpers zetten hun architectuur voort in meubels. Gehry maakte voor het Chiat/Day-kantoor in Los Angeles de opvallende Grandpa Beaver Chair van golfkarton; het gebouw kreeg door een enorme verrekijker aan de gevel de bijnaam Binoculars Building. Adolf Loos ontwierp meubels die ondanks zijn afkeer van jugendstil opvallend elegant zijn. Mart van Schijndel verwerkte zijn eigen postmodernistische visie onder meer in de Seven Chair, een herinterpretatie van Rietvelds Zigzagstoel. Zaha Hadid vertaalde haar vloeiende, hoekloze architectuur naar schoenen, banken en stoelen.

De voorbeelden maken duidelijk dat een gebouw vaak pas volledig wordt begrepen wanneer ook het interieur en de meubels worden meegenomen. Tegelijkertijd vraagt zo’n totaalvisie om een eerlijker kijk op auteurschap: achter de beroemde architect staan geregeld ontwerpers, partners en opdrachtgevers wier bijdrage lange tijd onvoldoende werd erkend.

BEKIJK OOK:

Vandaag Inside: René van der Gijp vol ongeloof door Ajax-trainer Míchel: 'Dit kan écht niet!'