Een koophuis met vrienden: gezellig, maar nog niet zo makkelijk

maandag, 20 april 2026 (12:05) - Het Financieele Dagblad

In dit artikel:

Vier jaar geleden lukte het Nick Kalmeijer (1995) niet alleen een huis te kopen; samen met zijn broer —beiden mede-eigenaar van een keukenbedrijf— vroeg hij een gezamenlijke hypotheek aan. Banken waren terughoudend: “Ze vonden het risico te groot dat een van ons een relatie zou krijgen en zou opstappen,” zegt Kalmeijer. Na bemiddeling van een adviseur kregen ze uiteindelijk een aanbod en kochten in mei 2022 een verbouwd huis van ruim €200.000 via Florius.

Banken maken in de praktijk onderscheid tussen stellen en andere samenkopers. Adviseurs vermoeden dat instellingen ‘koudwatervrees’ hebben omdat samenwonen met vrienden of familie minder vaak voorkomt en daardoor risicovoller lijkt. Technische beperkingen spelen ook mee: sommige banksystemen laten slechts twee schuldenaren toe, waardoor vriendengroepen vaak worden afgewezen. Volgens adviseurs kunnen groepen voornamelijk terecht bij ING, Rabobank en Triodos; de Consumentenbond en Triodos lanceerden recent een speciale vriendenhypotheek voor maximaal vier vrienden.

Praktijkvoorbeeld: Pim Smeets (1997) kocht in maart 2025 samen met vier vrienden een huis van €780.000. Aanvankelijk wees Rabobank hun verzoek af; na tussenkomst van Stut Consult werd de financiering wel rondgemaakt. De vijf zijn elk voor 20% eigenaar en hebben ieder een apart hypotheekdeel; de bank berekende per persoon hoeveel zij mochten lenen op basis van individuele inkomens.

Er bestaan twee hoofdmodellen voor gezamenlijke aankoop: directe mede-eigendom of aankoop via een vereniging waarbij de groep huurders wordt en de vereniging de hypotheek aangaat. Julian Bos (1997) en zijn vrienden kiezen voor dat laatste model. Een nadeel van de verenigingsvorm is fiscale: bij aankoop betaalt de vereniging 8% overdrachtsbelasting, terwijl mede-eigenaren meestal 2% betalen — of soms niets als kopers jonger dan 35 en het hun eerste huis is. Het voordeel is flexibiliteit bij vertrek: een huurder kan relatief eenvoudig worden vervangen, terwijl bij mede-eigendom een notariële overdracht en nieuwe hypotheekakte nodig zijn.

Juridische en sociale risico’s zijn groot: hoewel vrienden individuele hypotheken hebben, zijn zij hoofdelijk aansprakelijk voor de totale schuld. Adviseurs raden aan vooraf met een notaris zakelijke afspraken vast te leggen — wie koopt bij vertrek, wat gebeurt bij overlijden, welke spullen zijn gemeenschappelijk, onderhoudsafspraken, en regels voor partners. Smeets en zijn vrienden legden vast dat vertrekkende leden eerst hun aandeel aan de anderen moeten aanbieden; daarnaast zijn er clausules over erfrecht om te voorkomen dat erfgenamen mede-eigenaar worden.

Oudere kopers hebben vaak een voordeel omdat zij overwaarde uit een vorige woning kunnen inbrengen, wat financiering kan vergemakkelijken. Adviseurs benadrukken dat vertrouwen en goede schriftelijke afspraken cruciaal zijn: financiële hulp aan een huisgenoot mag je niet als vanzelfsprekend veronderstellen, en de sociale klik moet de belangrijkste reden zijn om samen te kopen. Zonder die randvoorwaarden laten veel groepen de plannen uiteindelijk varen.