Eeuwig in een midlifecrisis

maandag, 2 maart 2026 (11:05) - Het Financieele Dagblad

In dit artikel:

Machiel Hoek (1973) zat met zijn vrouw op een terras in Frankrijk toen hij besefte dat hij niet nog drie jaar wilde wachten op de earn‑out van zijn zojuist verkochte bedrijf. In plaats van die uitbetaling af te wachten, liet hij het geld lopen, verliet zijn huwelijk, trok tijdelijk bij zijn ouders in en richtte zijn leven radicaal anders in: hij werd zelfstandig registeraccountant, verdiepte zich in spiritualiteit, begon te schrijven (onder meer de roman Het meisje dat de wereld veranderde) en kreeg met een nieuwe partner een kind. Zijn omslag past in het klassieke beeld van de midlifecrisis — het plotseling voelbaar worden van de eigen eindigheid — maar het artikel toont hoe dat beeld tegenwoordig verandert.

De term midlifecrisis stamt uit 1965 (Elliott Jaques), maar hedendaagse omstandigheden maken existentiële twijfel minder gebonden aan één leeftijdfase. Werknemers hebben minder vaak vaste banen, een gegarandeerd pensioen of een traditioneel loopbaanpad; daardoor ontstaan herhaalde momenten van heroriëntatie over wat betekenis geeft. Nele Jacobs, hoogleraar levenslooppsychologie, zegt dat veertigers nog steeds vragen over zin en eindigheid hebben, maar dat zij vaker het gevoel hebben dat er meerdere richtingen openliggen — de levenslijn is minder onomkeerbaar dan vroeger.

Empirisch bewijs ondersteunt die verschuiving. Een internationaal onderzoek van David G. Blanchflower, Alex Bryson en Xiaowei Xu (2025) laat zien dat de klassieke geluksdip rond de vijftig minder diep is geworden. Tegelijkertijd is de bekende U‑vormige gelukscurve — met jongvolwassenen en zestigplussers als gelukkigste groepen en een dip halverwege — afgevlakt en veranderd. Sinds circa 2013 daalt het welzijn vooral onder jongeren, met name jonge vrouwen; online tijdgebruik wordt vaak genoemd als mogelijke factor. Jacobs ziet een verband: meer keuzeruimte maakt vijftigers minder gevangen in eerdere beslissingen, maar creëert voor jongere generaties juist structurele desoriëntatie: “Past wat ik doe nog bij mij?”

Persoonlijke voorbeelden illustreren de trend. Joyce Zethof (1985), grafisch zzp’er, koos acht jaar geleden voor freelancen na het plotselinge overlijden van haar vader. Ze organiseert werk en vrije tijd bewust om betekenisvolle momenten mogelijk te maken; recent raakte ze overtuigd van wat haar gelukkig maakt tijdens herhaalde vakanties in Wales. Samen met haar man verhuurt ze nu hun appartement en gaat in het voorjaar van 2027 een halfjaar in Wales wonen, waarbij Roy onbetaald verlof neemt. Voor Zethof staat de motiverende vraag centraal: wie zegt dat ik op mijn zeventigste nog lange wandelingen kan maken?

Ook op de werkvloer is zingeving centraler geworden. Ardiënne Verhoeven, zelfstandig hr‑manager, signaleert dat sollicitanten oudere vragen over salaris en status steeds vaker inwisselen voor vragen over waarden, ontwikkeling, flexibiliteit en balans. Dat schept nieuwe spanningen: starters koppelen hoge verwachtingen aan werk; als die niet uitkomen, ontstaat schuldgevoel en herijking. Sabbaticals raken gemeengoed: uit een Bunq‑onderzoek (2024) zegt ongeveer één op de vijf millennials en gen Z binnen vijf jaar een sabbatical te willen nemen.

Het artikel concludeert dat de existentiële vraag “Ben ik nog blij?” niet meer uitsluitend bij midden‑vijftigers opduikt, maar door het hele leven heen speelt — op andere leeftijden en in andere vormen. Minder vaste zekerheden en meer individuele keuzeruimte verminderen oude levenstabellen maar vergroten tegelijk onrust bij jongere generaties. Die zoektocht naar betekenis kan welzijn onder druk zetten, maar leidt volgens onderzoekers en betrokkenen ook vaak tot persoonlijke groei en bewuste levenskeuzes.