Eigenbelang regeert, het klimaat profiteert (en waarom Trump misschien toch een Nobelprijs verdient)
In dit artikel:
In voorbeelden uit de afgelopen tien jaar laat de auteur zien dat klimaatwinst vaak het onbedoelde resultaat is van eigenbelang, niet van morele overtuiging. Wie, wat, wanneer en waar: in 2017 kochten Europese kopers massaal Tesla’s Model S; tussen 2012 en 2023 plaatsten ongeveer twee miljoen Nederlandse huishoudens en bedrijven zonnepanelen; sinds 2020 reizen veel werknemers minder dankzij thuiswerken en digitale vergadertools. Deze veranderingen kwamen niet primair voort uit milieubewustzijn, maar omdat technologie, financiële prikkels en efficiency persoonlijke voordelen opleverden.
De kernbetekenis waarom: drie fundamentele krachten drijven de energietransitie voort. Natuurkunde levert het eerste argument: elektrische systemen zijn wezenlijk efficiënter. Elektrische aandrijvingen zetten meer dan 90% van de energie om in nuttig werk, tegenover circa 31% bij klassieke verbrandingsmotoren; warmtepompen leveren drie- tot viermaal zoveel warmte per kWh dan gasgestookte ketels. Daardoor hoeft niet alle fossiele energie te worden vervangen om grote winst te boeken.
Ten tweede economie: energie uit zon, wind, water en batterijen is ondertussen vaak de goedkoopste en snelste manier om capaciteit bij te bouwen. Landen en bedrijven willen concurrerend blijven en kiezen daardoor voor elektrische infrastructuur en hernieuwbare bronnen. Grote technologiebedrijven hebben ingezien dat hernieuwbare energie hun datacenterplannen sneller en goedkoper realiseerbaar maakt dan dure, risicovolle fossiele alternatieven. Het beeld van een toekomstig “elektrostaat”-model, met elektriciteit als ruggengraat van de economie, wint terrein — China loopt hierin ver voorop.
Ten derde geopolitiek: lokale, schone energie verhoogt strategische autonomie en vermindert afhankelijkheid van autoritaire exporteurs van olie en gas. Dat maakt samenlevingen veerkrachtiger tegen geopolitieke spanningen en verstoringen in toevoerketens; ook militaire leiders pleiten daarom voor decentrale hernieuwbare bronnen.
Het resultaat is een mondiale verschuiving naar elektriciteit en hernieuwbare energiebronnen, niet alleen in westerse landen maar ook onverwachte groeiers zoals Ethiopië, Pakistan, Nepal, Uruguay, India — en zelfs olieproducerende regio’s als Texas en Saoedi-Arabië. Klimaatwinst blijkt daarbij vaak een fraaie bijvangst van rationele, eigenbelanggedreven keuzes. Een geopolitieke schok — genoemd wordt een aanval op Iran door een uitgesproken klimaatsceptische machthebber — versnelt die rush naar zonnepanelen, warmtepompen en batterijen nog verder. Conclusie: praktische voordelen van technologie, geld en veiligheid drijven de transitie sneller dan idealisme, en leveren tegelijk grote klimaatvoordelen op.