Europese beurzen overwegend lager
In dit artikel:
Europese aandelen noteerden maandag rond het middaguur overwegend lager, vooral door onzekerheid over handelsafspraken na een uitspraak van het Amerikaanse Hooggerechtshof én angst voor een mogelijke militaire confrontatie tussen de VS en Iran. De STOXX Europe 600 daalde circa 0,3% naar 628,77 punten; de Duitse DAX verloor 0,6% tot 25.119 punten. Tegelijk steeg de Franse CAC 40 licht (+0,1% naar 8.527) en de Italiaanse FTSE MIB nam 0,9% toe naar 46.880 punten. De Britse FTSE 100 bleef vrijwel vlak rond 10.689 punten.
Achtergrond is een vrijdag genomen uitspraak van het Amerikaanse Hooggerechtshof dat de door voormalig-president Trump opgelegde algemene importheffing van 15% onrechtmatig verklaarde. Dat zet druk op bestaande handelsovereenkomsten en roept vragen op over eventuele terugbetaling van onterecht geïnde heffingen. Analisten van ING verwachten echter niet dat Europese exporteurs op termijn slechter zullen af zijn en voorzien voorlopig geen grote invloed op de economische groei. De politieke onrust drukte de dollar; de euro stond rond 1,1800 dollar.
Op geopolitiek vlak zijn nieuwe gesprekken tussen de VS en Iran gepland voor donderdag in Genève, wat de marktonrust mede voedt. Deze week verschijnen bovendien diverse economische cijfers uit de eurozone: de Duitse Ifo-index bleek in februari richtinggevend positiever dan voorzien, dinsdag komt het Franse ondernemersvertrouwen, woensdag Duitse en Franse consumentenindicatoren en donderdag het definitieve eurozone-consumentenvertrouwen.
Marktprijzen lieten gemengde bewegingen zien: Brent-olie daalde circa 0,4% naar $71,34 per vat, bitcoin verloor ruim 2% en handelde rond $66.300, terwijl edelmetalen hoger noteerden.
Bedrijfsnieuws drukte op individuele aandelen: Novo Nordisk verloor circa 16% in Kopenhagen na tegenvallende data van zijn nieuwe obesitasmiddel CagriSema (gemeld gewichtsverlies van 23% na 84 weken) en kondigde aanvullend onderzoek aan; concurrent Eli Lilly trok juist aan. Banken stonden overwegend in de plus (onder meer Banco Santander, BNP Paribas, Deutsche Bank, ABN AMRO). Luxeconcerns Kering en LVMH klommen fors, terwijl defensiebedrijven, vliegtuig- en autofabrikanten (Rheinmetall, Thales, Airbus, BMW, Volkswagen, Daimler, Stellantis) grotendeels in het rood sloten. Chipnamen lieten verdeeldheid zien; mijnbouwbedrijven profiteerden van stijgende edelmetaalprijzen. Futures voor Wall Street wezen op een licht lagere opening.