Fed kan klem komen te zitten terwijl het de weg bereidt voor Powells opvolger
In dit artikel:
De Fed-vergadering deze week in Washington (tweedaagse, sluit woensdag) zet de toon voor het monetaire beleid vlak voordat president Trump zijn kandidaat voor het voorzitterschap van de centrale bank aanwijst. Een renteverlaging van 25 basispunten wordt algemeen verwacht, maar de formulering in de verklaring en de economische projecties zullen bepalen of de volgende voorzitter een instelling overneemt die terughoudend blijft met verdere verlagingen of juist ruimte biedt voor een soepeler beleid.
Trump dringt aan op lagere leenkosten om vooral de woningmarkt en de betaalbaarheid te ondersteunen – een politiek gevoelig thema met het oog op tussentijdse verkiezingen. Dat doel staat echter op gespannen voet met de macro-economische realiteit: veel economen en Fed-functionarissen zien een veerkrachtige economie en aanhoudende onderliggende inflatie, waardoor te snelle of te ruime renteverlagingen inflatierisico’s kunnen vergroten. James Engelhof van BNP Paribas merkt op dat monetair beleid primair door economische omstandigheden wordt bepaald, en dat data weinig aanleiding geven voor agressieve versoepeling.
De beleidsmakers binnen de Fed zijn verdeeld. In september verwachtten zij in de mediaan één verlaging van een kwartpunt in 2026, met de beleidsrente eind volgend jaar rond 3,25–3,50%. Een groep regionale Fed-presidenten wil eerst zeker weten dat inflatie daadwerkelijk daalt voordat zij verder versoepelen. Analisten als Tim Duy voorspellen een “havikachtige” verlaging: wel een stap omlaag, maar zodanig dat de rente daarna dicht bij neutraal blijft en extra verlagingen lastiger worden.
De projecties deze week kampen met onzekerheden door een recente 43 dagen durende government shutdown: officiële arbeidsmarkt- en inflatierapporten dateren vaak van september, waardoor beleidsmakers deels moeten steunen op particuliere schattingen en eigen enquêtes. Reuters-peilingen onder economen gaan uit van circa 2% groei in 2026, onderliggende inflatie rond 2,8% en werkloosheid rond 4,4% — omstandigheden die weinig ruimte laten voor grote renteverlagingen.
Politieke invloeden en benoemingen spelen ook mee. Trumps benoemingen in de Board of Governors pleiten uiteenlopend voor verdere verlagingen; economisch adviseur Kevin Hassett, genoemd als mogelijke opvolger van Powell, wijst op een mogelijke productiviteitsboost door kunstmatige intelligentie die de inflatiedruk zou verminderen. Tegelijk zorgen Trumps pogingen om invloed uit te oefenen — zoals een poging om gouverneur Lisa Cook te ontslaan en discussies over wijziging van benoemingsprocedures — voor groeiende spanningen rond de onafhankelijkheid van de Fed.
Een te snelle rentestrategie kan contraproductief zijn: als markten lagere korte rentes als inflatoir interpreteren, kunnen langlopende rentes en hypotheekpercentages juist stijgen, wat de woningmarkt benadeelt. Voor de volgende voorzitter betekent dat kiezen tussen politieke verwachtingen en de noodzaak om prijsstabiliteit te bewaken; de aankomende weken en maanden, met Powell die in mei aftreedt en een nominatie/confirmatiecyclus volgend jaar, zullen bepalen hoe scherp die afweging wordt uitgetekend.
Vandaag Inside: 'The Champ' richt zich in video tot René van der Gijp, Wim Kieft, Michel van Egmond en Rob Jansen