Fed moet uitleggen waarom de huidige inflatiepiek verschilt van die in 2022
In dit artikel:
Toen de Amerikaanse CPI-cijfers vrijdag lieten zien dat de maand-op-maand inflatie in maart met 0,9% is gestegen — de snelste toename sinds de piek van juni 2022 — staan functionarissen van de Federal Reserve voor de omgekeerde taak: uitleggen waarom deze prijsstijging anders is en mogelijk geen extra renteverhogingen vereist. De recente opleving wordt vooral toegeschreven aan hogere energieprijzen die samenhangen met spanningen en schokgolven door de oorlog met Iran; ook voedsel, huisvesting en voertuigen droegen bij aan de bredere pijn bij consumenten.
Tegelijkertijd wijzen de onderliggende cijfers in een andere richting: de kerninflatie, die energie en voedsel buiten beschouwing laat, steeg in maart slechts met 0,2% op maandbasis en bedraagt 2,6% op jaarbasis. Voor beleidsmakers is dat belangrijk omdat kerncijfers doorgaans beter de structurele vraag- en aanbodsituatie weerspiegelen, terwijl energie- en voedselprijzen volatieler zijn maar huishoudens wel direct treffen — denk aan de sterke stijging van benzineprijzen (van ongeveer $3 in februari naar $4,15 per gallon).
Fed-functionarissen, waaronder Mary Daly van de San Francisco Fed, zeggen dat een hoger CPI-cijfer niet verrast en dat het waarschijnlijk geen onmiddellijke wijziging van het rentebeleid vereist als een staakt-het-vuren standhoudt en olieprijzen weer dalen. Beleggers rekenen inmiddels op een ongewijzigd beleidsrentepad tot ver in 2027. De Fed staat echter voor een gevoelig verkoopverhaal: zij moet het publiek overtuigen dat de huidige schok voorbijgaand is, terwijl de maatschappelijke herinnering aan meer dan vijf jaar inflatie boven de 2%-doelstelling nog vers is.
Die zorgen krijgen weerslag in de verwachtingen van consumenten. De reguliere enquête van de Universiteit van Michigan liet zien dat de eenjaarsverwachting voor inflatie in april opliep naar 4,8% (van 3,8% in maart) en de vijfjaarsverwachting ook licht toenam naar 3,4%. Voor de Fed is het gevaar dat zulke hogere verwachtingen zichzelf verankeren en de inflatie moeilijker beheersbaar maken.
Er zijn ook politieke consequenties: stijgende brandstof- en voedselprijzen raken huishoudens direct en kunnen politieke onvrede voeden, een gevoelig onderwerp in aanloop naar de tussentijdse verkiezingen en relevant voor president Trump en zijn belofte om de kosten van levensonderhoud te verlagen. Voormalig St. Louis Fed-president James Bullard waarschuwt dat de Fed voorzichtig moet zijn met het verlagen van de rente omdat dat haar geloofwaardigheid zou kunnen aantasten; als de energieprijsstijgingen aanhouden, kan de centrale bank gedwongen worden de huidige strakke houding te handhaven of zelfs op te treden.
Samengevat: de recente inflatiepiek lijkt vooral door energiegedreven en daarmee mogelijk tijdelijk, maar de Fed moet zowel de markten als het publiek overtuigen dat prijsdruk niet terugkeert naar hardnekkig hogere niveaus — anders dreigt een lastige beleidskeuze tussen geduld en daadkracht.