Formule 1-kampioenen laten geen vieze koffiebekers slingeren
In dit artikel:
Toto Wolff illustreert het punt met twee vieze koffiebekers en een oude krant: in de Formule 1 beslist niet alleen de coureur het resultaat, maar vooral het team eromheen. Dat uitgangspunt vormt de rode draad van De Formule, het nieuwe boek van sportjournalisten Ivo Pakvis en Stijn Keuris. Aan de hand van anekdotes en casestudies ontleden zij ruim 75 jaar Formule 1 en laten zien hoe leiderschap, organisatiecultuur en machtsspelletjes vaak belangrijker zijn dan puur technische vernuftigheid of individuele talenten.
Het boek neemt de lezer mee langs de langdurige dominantie van Mercedes, het mythische – en tegelijk zichzelf tegenwerkende – apparaat van Ferrari en de snelle, marketinggedreven opmars van Red Bull. Techniek en reglementswijzigingen passeren de revue, maar Pakvis en Keuris kiezen er bewust voor om vooral in te zoomen op bestuurlijke en menselijke factoren: wie de fabriek goed organiseert, ontwerpt en test, legt het fundament voor succes op het circuit. Ferrari krijgt daarbij de meeste aandacht; de verhalen zijn smakelijk en vlot verteld, al zullen trouwe fans veel herkenning vinden in de beschreven hoogte- en dieptepunten.
Een opvallend en minder bekend hoofdstuk reconstrueert de oorsprong van Red Bull: van een Thaise energiedrank in Bangkok tot de internationale merkstrategie van Dietrich Mateschitz. Het kopen van een F1-team voor het symbolische bedrag van 1 euro past volgens de auteurs naadloos in Red Bulls marketingvisie en verklaart deels hoe een relatief jong team in korte tijd op het hoogste podium terechtkwam. De schrijvers blijven journalistiek en afstandelijk — persoonlijke ontboezemingen ontbreken — waardoor het boek eerder een strak samengestelde verzameling van andermans verhalen is dan een onthullend blik achter de schermen.
Voor lezers die weinig met autosport hebben biedt De Formule waardevolle lessen over organisatie, macht en wendbaarheid; die managementinzichten kunnen zelfs relevanter zijn dan in sommige managementboeken. De Formule is verschenen bij Ambo|Anthos (€23,99). Pakvis en Keuris werkten eerder samen aan Max & Nyck, wat hun ervaring met toegankelijke sportjournalistiek onderstreept.
Kort ook aandacht voor enkele andere recente titels: Geduldig papier van J.Th.J. van den Berg (Prometheus, €17,50) vergelijkt de vorming van lokale collegebepalingen steeds vaker met nationale kabinetsformaties; Artem Chapeye reflecteert in Gewone mensen dragen geen machinegeweren (De Bezige Bij, €21,99) op zijn transformatie van pacifist naar soldaat in Oekraïne; Caroline de Gruyter onderzoekt in Zondagskinderen (De Geus, €24,99) wat Europese pacificatie sinds 1945 betekent nu oorlogsdreiging terugkeert; en Julia Wouters pleit in Staan en opvallen (Balans, €23,99) voor gedragsverandering zodat vrouwen op de werkvloer authentiek kunnen blijven en toch invloed verkrijgen.
Dit overzicht komt van Anna de Haas, redacteur van Het Financieele Dagblad.