Fouten maken in een onverzoenlijke tijd
In dit artikel:
Transparantie en integriteit zijn belangrijke voorwaarden voor bestuurders in een democratische samenleving. Tegelijk waarschuwt de auteur dat de eis om volledig open te zijn kan omslaan in een angstcultuur, waarin mensen voortdurend vrezen dat een oude fout, misstap of privékwestie ooit openbaar wordt en hun loopbaan ruïneert.
De auteur voerde namens D66 gesprekken met kandidaat-Kamerleden over integriteit. Zij moesten onder meer nadenken over zakelijke belangen, alcoholgebruik, belastende opnames, omstreden appgroepen en alles wat in hun verleden mogelijk relevant kon zijn. Volgens de auteur zit de waarde van zulke gesprekken niet alleen in de antwoorden, maar ook in de voorbereiding: kandidaten worden gedwongen hun levensloop, keuzes en morele twijfels kritisch te bekijken. Integriteit blijkt daarbij zelden een kwestie van zwart of wit, maar vooral van grijstinten.
De voortdurende controle via internet en sociale media maakt het echter moeilijk om fouten achter je te laten. Daardoor kunnen politici berekenend en overdreven voorzichtig worden. De auteur vraagt zich af of integriteit moet betekenen dat iemand nooit iets verkeerd heeft gedaan. Kinderen leren juist dat fouten nodig zijn om te groeien, maar van gezagsdragers lijkt steeds vaker foutloos gedrag te worden verlangd. Dat leidt tot een samenleving waarin mensen hun ware verhaal verbergen en voortdurend op hun hoede zijn.
Als voorbeeld noemt de auteur de Franse president Emmanuel Macron en zijn vrouw Brigitte. Een video waarop zij hem bij het verlaten van een vliegtuig een klap lijkt te geven, leidde tot grote ophef. Volgens journalist Florian Tardif volgde het incident op een ruzie over Macrons vermeende flirt met een Iraanse actrice. Het echtpaar en hun communicatieteam presenteerden de gebeurtenis als een grap, omdat hun zorgvuldig opgebouwde beeld van een perfect, open en normaal stel onder druk stond. De auteur vindt het juist onnodig om een gewone echtelijke ruzie zo krampachtig te ontkennen.
Een ernstiger voorbeeld is Donald Pols, die na zijn overstap van Milieudefensie naar Tata Steel werd ontslagen toen bekend werd dat hij als student actief was geweest voor een proapartheidsbeweging in Zuid-Afrika. Dat verleden valt niet goed te praten, maar kan volgens de auteur wel worden begrepen vanuit zijn opvoeding en de context van zijn studententijd. De vraag is bovendien of hij ooit een tweede kans had gekregen als hij er eerder open over was geweest. De Zuid-Afrikaanse Waarheids- en Verzoeningscommissie laat volgens de auteur zien dat waarheid, kwetsbaarheid en luisteren voorwaarden kunnen zijn voor verzoening.
De twee voorbeelden tonen hoe schadelijk een obsessie met beeldvorming kan zijn. Mensen proberen vaak een perfect levensverhaal neer te zetten, terwijl niemand foutloos is. Politici zouden moeten kunnen erkennen dat ze spijt hebben, van mening zijn veranderd of iets niet weten. Ook een verkeerde uitspraak, een onbezonnen keuze of een privéconflict hoeft iemand niet levenslang te achtervolgen, al verschilt de ernst van de misstap.
De auteur pleit daarom niet voor het vergoelijken van schadelijk gedrag, maar voor een samenleving waarin de waarheid kan worden verteld zonder dat elke fout automatisch tot uitsluiting leidt. Wie misstappen onder ogen ziet, kan ervan leren en verantwoordelijkheid nemen. Integriteit betekent dan niet dat iemand nooit heeft gefaald, maar dat diegene eerlijk met zijn verleden omgaat. Er moet ruimte blijven voor menselijke feilbaarheid, inzicht en verzoening, naast de terechte behoefte aan openheid en verantwoording.
Vandaag Inside: René van der Gijp geniet van héérlijke oude beelden na nieuws over tv-terugkeer 'Ik Geloof in Mij'