Freek moet de rechter ervan overtuigen dat hij niets meer heeft - en al zeker geen miljoenen

vrijdag, 6 maart 2026 (06:19) - Het Financieele Dagblad

In dit artikel:

Freek, een 70‑jarige ex‑vishandelaar uit IJmuiden die in 2012 is veroordeeld voor handel in cocaïne, zit vast omdat hij een civiele vordering van de staat van ruim €2,26 miljoen niet heeft (kunnen) betalen. De strafrechtelijke veroordeling leidde tot het terugvorderen van de opbrengsten van de drugshandel; sindsdien voert hij jarenlang juridische procedures, tot aan de Hoge Raad, zonder dat die zijn betalingsverplichtingen heeft laten verdwijnen.

Vorige zomer werd Freek in Spanje aangehouden en sinds kort verblijft hij in de gevangenis van Zaanstad; eerder zat hij kort in het cellencomplex bij Schiphol. In de Haagse rechtbank voerde hij een korte zitting over zijn gijzeling — een wettelijk pressiemiddel dat wordt ingezet bij wanbetalers — en probeerde hij aannemelijk te maken dat hij werkelijk niets meer bezit en dus niet kan betalen. Hij zegt alleen AOW te ontvangen, mogelijk zo’n honderd euro per maand te kunnen missen en desnoods bij kinderen of kennissen te moeten aankloppen voor een eventuele lening. Ook verwijst hij naar gezondheidsklachten en zijn hoge leeftijd.

De tegenpartij — het Openbaar Ministerie en het Centraal Justitieel Incassobureau (CJIB) — betwijfelt zijn verhaal. In het onderzoek uit 2010 werden grote hoeveelheden contant geld en kostbare sieraden gevonden in onroerend goed dat aan Freek was gelieerd; tijdens de zittingen van destijds zijn ook luxe aankopen, reizen en een relatiesituatie in Litouwen aan de orde gekomen. In het huidige geding ontbreekt volgens de rechtbank echter een overtuigende paper trail die Freeks beweringen ondersteunt: koopcontracten (zoals voor een appartement in Thailand dat nooit is gerealiseerd) lijken niet doorgevoerd, verklaringen over dure boten worden niet onderbouwd met documenten en betrokken bedrijfsmatige partners of vrienden geven geen heldere steun. Het CJIB verwijt Freek onvoldoende mee te werken en mogelijk onjuiste gegevens te hebben verstrekt.

De rechtbank in Haarlem had al eerder zijn verzoek tot kwijtschelding afgewezen wegens het ontbreken van aannemelijkheid van betalingsonmacht. Tijdens de zitting in Den Haag kon Freek geen nieuwe, controleerbare bewijzen overleggen. De rechter concludeerde dat zijn toelichting vaag bleef en deels onbewezen; op basis daarvan zag de rechtbank geen grond om de gijzeling op te heffen. Freek blijft daarom voorlopig vastzitten.

Kernvraag in deze zaak blijft of de veroordeelde daadwerkelijk niets meer bezit ofwel middelen achterhoudt. De zaak illustreert zowel de praktische werking van gijzeling als pressiemiddel bij financiële vorderingen als de problemen rond bewijslevering en geloofwaardigheid wanneer veel transacties en bezit moeilijk na te gaan zijn.