Gaza steeds verder fijngeknepen: 'Ik kon mijn huis zien, maar kon er niet meer komen'
In dit artikel:
‘Staakt-het-vuren’ op papier, maar geen rust in de praktijk. Vanuit zijn halfverwoeste huis in vluchtelingenkamp Bureij schildert Kifah Issa (59) het dagelijks leven in Gaza: tenten, puin, kapotgereden wegen en voortdurende bombardementen. Sinds het door de VS bemiddelde bestand dat in oktober inging, meldt het Gazaanse ministerie van gezondheid nog eens 947 doden en 2.935 gewonden — bewijs volgens bewoners en hulpverleners dat het geweld allerminst is opgehouden. “Het heeft ons leven niet verbeterd. Het heeft het alleen maar moeilijker gemaakt,” zegt Issa over het akkoord.
Politieke onderhandelingen in Caïro over een tweede fase — die een blijvend einde van de oorlog en wederopbouw zouden moeten brengen — zitten vast. Blokkades zijn de eisen van Israël: de ontwapening van Hamas, een volledige Israëlische terugtrekking en wie straks de controle over de enclave houdt. Gesprekken met bemiddelaars werden onlangs opnieuw uitgesteld.
Tegelijk voert Israël een territoriale druk uit die het bewoonbare gebied steeds kleiner maakt. Premier Benjamin Netanyahu zegt nu ongeveer 60% van de Gazastrook te controleren en streeft naar 70%. Voor een strook van 365 km² met meer dan twee miljoen inwoners heeft die expansie desastreuze gevolgen: de zogenoemde ‘gele lijn’ markeert waar Palestijnen nog mogen wonen, terwijl achter die lijn landbouwgrond, woningen, waterbronnen en economische centra ontoegankelijk zijn geworden. Issa verloor huis, boerderij en slachthuis en raakte daardoor zo aangeslagen dat hij een hartaanval kreeg.
De materiële schade is immens: de VN schat dat circa 85% van gebouwen en infrastructuur beschadigd of vernield is; de Wereldbank taxeert de wederopbouwkosten op ruim $50 mrd. Tegelijk blijft de invoer van bouwmaterialen beperkt en blijken grootschalige plannen onhaalbaar: een door Jared Kushner voorgesteld masterplan en een toezichthoudend ‘Board of Peace’ zijn vooral in Washington onderwerp van discussie, terwijl het officiële fonds volgens journalisten nog leeg is.
Levensomstandigheden verslechteren: drinkwater is schaars (Unicef: 82% wateronzekerheid), afval stapelt zich op en ziekte‑preventie en hulp aan kinderen zijn ondergefinancierd (Unicef heeft slechts een derde van het benodigde budget). In ziekenhuizen als Al‑Aqsa in Deir al‑Balah rennen artsen zich rot: spoedarts Ali Tahrawi ziet niet alleen oorlogsgewonden maar ook chronisch zieken en kinderen met infecties. Het ziekenhuis lijdt onder brandstof- en onderdelentekorten; “Vroeger draaiden we op drie of vier generatoren. Nu functioneert er nog maar één,” waarschuwt Tahrawi.
Toegang tot Gaza voor buitenlandse journalisten is sterk beperkt; deze reportage is mede tot stand gekomen dankzij samenwerking met een lokale verslaggever. De combinatie van aanhoudend geweld, politieke impasse en gebrekkige toelating van hulpgoederen houdt Gaza gevangen in een humanitaire en structurele noodsituatie.