Geen hokjes meer op het Holland Festival
In dit artikel:
De grenzen tussen disciplines vervagen en dat is precies wat het Holland Festival dit jaar laat zien: beeldende kunst, theater, muziek en film lopen door elkaar heen en worden in Amsterdam op uiteenlopende locaties samengebracht. Het festival opent met een theatrale wandeling richting Carré waarbij deelnemers via koptelefoons een geluidscompositie volgen; aansluitend speelt het Symfonieorkest Vlaanderen live Huang Ruo’s City of Floating Sounds in Carré.
Centraal staat dit jaar de 44‑jarige IJslandse componist en celliste Hildur Guðnadóttir als associate artist. Haar carrière — inclusief een Oscar voor de Joker‑soundtrack (2019) — illustreert het eclectische karakter van het programma: van minimalistische ambient en hedendaagse composities tot noise en experimentele elektro‑akoestische samenwerkingen (zoals het uitdagende album Good Sound met Dirk Dresselhaus). Voor het festival schreef zij een nieuw werk voor koperblazers dat gratis in het Westerpark te horen is; het stuk is bedoeld als een ‘levend klanklandschap’ waarin publiek kan wandelen en verdwalen. Verder klinken in Het Concertgebouw naast Guðnadóttirs eigen stukken ook werken van haar inspiratiebronnen (onder meer Arvo Pärt en Ryuichi Sakamoto) en fragmenten uit haar bekroonde filmscores (Joker, Tár). Haar voorstelling Where to From combineert zang, instrumentaal spel en lichtontwerp; de muziek verscheen op Deutsche Grammophon. Ook speelt zij de live‑uitvoering van de Chernobyl‑score in de Gashouder met het Groot Omroepkoor.
Naast Guðnadóttir bevat het programma meerdere experimentele en cross‑disciplinair werkende makers. Laurie Anderson is met een installatie te zien bij houtzaagmolen De Otter (Molen van West), waarvoor binaurale koptelefoons worden gebruikt om een ruimtelijke, intieme geluidsbeleving te creëren — een directe ontmoeting tussen technologie, performance en geluid. Op dezelfde locatie is het videowerk Sunday Without Love van de IJslandse kunstenaar Ragnar Kjartansson te zien; dat mengt pastorale muziek met een sardonische ondertoon en wekt daardoor een spanningsveld op.
Het festival organiseert ook een zonsopgangswandeling langs het IJ, opgezet door Eco Acoustics, met luisteren naar stadsgeluid en een gezamenlijk ontbijt in het Muziekgebouw — een project waarin aandachtig luisteren wordt gepresenteerd als verbinding met de omgeving. Eco Acoustics wordt geleid door componist en fluitist Maaike van der Linde, die een achtergrond heeft in internationale podia en samenwerkingen.
Beeldende kunst en scenografie komen samen in het werk van Germaine Kruip, die van scenograaf doorgroeide naar maker van installaties die de toeschouwer de ruimte laten herontdekken. In de Stadsschouwburg toont zij A Possibility: een voorstelling waarin licht, schaduw en architectuur het podium transformeren en een tweede deel met vier percussionisten het publiek terugvoert naar de ‘spirituele’ oorsprong van de performanceruimte.
Het Holland Festival benadrukt met deze programmering de hedendaagse tendens dat makers niet meer binnen één kunstvorm blijven; het festival, met een lange traditie, profileert zich als een podium voor grensverleggende, soms veeleisende maar ook prikkelende kruisbestuivingen tussen muziek, theater en beeldende kunst.