Gevallen zakenman en VVD'er Ed zegt dat hij alles had verkocht en daarom €1,3 mln in cash stortte
In dit artikel:
Ed, 64, voormalig ondernemer en jarenlang actief binnen de VVD (onder meer nauw betrokken bij Rita Verdonk), is veroordeeld voor gewoontewitwassen. Tussen eind 2015 en begin 2020 stortte hij volgens justitie in totaal ongeveer €1,31 miljoen contant op verschillende rekeningen, onder meer in coupures van €500, terwijl hij in die jaren vrijwel geen inkomen had. De FIOD concludeerde dat er geen bewijs is van de verkoop van de spullen die Ed als verklaring gaf.
Achtergrond: vroeger had Ed een detacheringsbedrijf in het WTC op de Zuidas en woonde hij aan de Keizersgracht; na het faillissement van zijn bedrijf en persoonlijke tegenslagen verloor hij zijn status en vermogen. Hij zegt zelf jarenlang spaarder en verzamelaar te zijn geweest: zeldzame boeken (onder meer eerste drukken), Aziatische kunst, antiek en meer dan twintig oldtimers (onder andere een Rolls Royce en een Bentley). Volgens Ed heeft hij veel van die bezittingen verkocht en de opbrengst in contanten gestort of uitgeleend aan mensen die hij wilde helpen. “Ik heb niet witgewassen,” verklaarde hij tijdens de zaak; hij zegt nu in Portugal te wonen en als bordenwasser te werken.
De FIOD vond echter nergens transactiebewijzen, verkoopberichten of bonnetjes die de omvangrijke verkopen onderbouwen. Een accountant stelde dat Ed de laatste jaren niet over noemenswaardig vermogen beschikte en ook zijn inboedelverzekering dekte maar een klein deel van wat Ed claimt te hebben gehad. Uit het dossier blijkt bovendien dat grote contante bedragen vaak zijn opgesplitst en via tientallen overboekingen naar verschillende rekeningen zijn gebracht — 195 keer volgens het Openbaar Ministerie — wat volgens de officier wijst op bewust verbergen van de herkomst.
De officier eiste 24 maanden gevangenisstraf zonder voorwaardelijk deel; de verdediging vroeg vrijspraak en hield vol dat Ed weliswaar zijn geld “door elkaar had gehaald” maar dat sprake was van privéverkopen. De rechtbank oordeelde dat Ed geen openheid van zaken heeft gegeven en dat de verklaring dat het om opbrengsten van privébezit ging niet aannemelijk is. Omdat de behandeling lang heeft geduurd en rekening houdend met persoonlijke omstandigheden, legde de rechter een mildere straf op dan geëist: zes maanden gevangenisstraf en een werkstraf van 240 uur.
In het vonnis wordt ook opgemerkt dat Ed aanvankelijk kennelijk kort van de opbrengsten heeft geprofiteerd, maar uiteindelijk veel heeft verloren. De zaak illustreert voorjustitie hoe gebrek aan bewijs voor verkoopdossiers, veel contantverkeer en het opknippen van bedragen als aanwijzingen voor witwassen worden gezien.