Goolsbee (Fed): Rente kan dalen bij lagere inflatie, nog niet op productiviteit
In dit artikel:
Austan Goolsbee, president van de Federal Reserve Bank of Chicago, waarschuwde in Washington dat de Fed pas renteverlagingen moet overwegen zodra er duidelijk bewijs is dat de inflatie daalt naar het streefniveau van 2%. Zijn opmerkingen, voorafgaand aan een toespraak voor de National Association for Business Economics, benadrukken een groeiend meningsverschil binnen de Fed over de vraag of verwachte productiviteitsstijgingen al reden zijn om het monetair beleid te versoepelen.
Goolsbee zegt oog te hebben voor een mogelijke reeks renteverlagingen tegen eind 2026 als de inflatie inderdaad verder afneemt, maar hij vindt het te risicovol om beleid te versoepelen op basis van veronderstelde productiviteitswinsten die nog niet zichtbaar zijn. Hij bestrijdt daarmee opvattingen van kandidaten zoals Kevin Warsh en bestuurders als Stephen Miran, die stellen dat een nieuwe productiviteitsgolf ruimere monetaire ruimte kan rechtvaardigen — een vergelijking met Alan Greenspan uit de jaren negentig noemt Goolsbee onterecht.
Concreet wijst Goolsbee op het huidige feit dat de inflatie nog ongeveer één procentpunt boven de Fed-doelstelling blijft en dat er in het afgelopen jaar weinig vooruitgang is geboekt. Hij waarschuwt dat te snel verlagen van de rente de economie kan oververhitten als de verwachte investerings- en productiviteitseffecten tegenvallen, met als risico een sterke prijsstijging en later een duidelijke neerwaartse correctie.
Als voorbeeld noemt hij lokale signalen uit plaatsen als Cedar Rapids, Iowa, waar de bouw van AI-datacenters arbeidskrapte veroorzaakt: gespecialiseerde vakmensen zijn moeilijk te vinden en lonen en prijzen lopen op. Zulke korte-termijn effecten kunnen volgens hem de vraag boven de potentiële groei tillen en daardoor extra opwaartse druk op de prijzen zetten — een ontwikkeling die ook in Fed-notulen van de januarivergadering terugkomt.
Fed-personeel verwacht een geringe stijging van het structurele groeipotentieel door technologische investeringen, maar waarschuwt tegelijk dat de komende twee jaar de vraag waarschijnlijk boven dat potentieel uitkomt, wat inflatierisico’s vergroot. Goolsbee rekent erop dat invoertarieven en importprijzen na recente juridische uitspraken (waarbij veel heffingen werden vernietigd) de inflatie naar beneden kunnen trekken, maar benadrukt dat renteverlagingen bewijs moeten volgen, niet voorspellingen.
Hij sluit duidelijk af met een harde grens: het beleid mag niet leiden tot langdurig hogere inflatie. Zoals hij het formuleerde: we falen als we blijven zitten met 3–3,5% inflatie die niet weggaat. De markt rekent voorlopig op een ongewijzigd renteniveau bij de Fed‑vergadering van 17–18 maart, met eventuele verlagingen pas later in 2024–2026 afhankelijk van bevestigde economische signalen en personele ontwikkelingen bij de Fed (waaronder de mogelijke bevestiging van Kevin Warsh).