Goud in handen
In dit artikel:
Om haar nek draagt de schrijfster een gouden cartouche met haar naam in hiërogliefen — een klein, tastbaar stukje identiteit uit het oude Egypte dat ze onbewust bevoelt wanneer ze nadenkt of zich onveilig voelt. Het sieraad werkt als een kalmerend anker: ze strijkt eraan, volgt het reliëf met haar vinger en vindt daar even rust te midden van onrustige gedachten.
Het jaar is nog pril, maar nieuwsberichten over oorlog, geweld en politieke onheilstijdingen stapelen zich op; vrienden proberen familie in Iran te bereiken, beelden uit Gaza en berichtgeving uit de Verenigde Staten jagen haar angst aan. In die context is het opvallend hoe het zeldzame, glimmende metaal troost kan bieden — zowel emotioneel als materieel. De reactie op wereldwijde onzekerheid weerspiegelt zich in de markt: goud- en zilverprijzen stijgen omdat mensen zekerheid zoeken in tastbare waarde.
De cartouche kreeg ze van haar grootmoeder bij haar geboorte, net als haar zussen; in Egypte is het nog gebruikelijk om bij geboorte goud cadeau te geven als een eerste buffer of klein spaargeld. Die praktijk contrasteert met wat in Nederland gangbaar is — kinderwagen en babyspullen — al ziet ze een voorzichtig verschuivend patroon: sommige vriendinnen ontvangen tegenwoordig ook ‘baargoud’ van hun partners na de geboorte.
Een recente aankoop in Caïro — simpele gouden oorbellen — maakte de economische realiteit voelbaar: de prijs per gram was hoog, onderhandelen was niet aan de orde en de winkelier reageerde met een haast triomfantelijke glimlach. Het beeld illustreert de dubbele rol van goud nu: emotionele houvast en zichtbare, verhandelbare rijkdom in tijden van crisis.