Greenpeace strijdt in Nederland door tegen Amerikaans oliebedrijf dat €300 mln eist
In dit artikel:
Greenpeace en het Amerikaanse olie- en gasbedrijf Energy Transfer stonden donderdag opnieuw tegenover elkaar, ditmaal bij de rechtbank in Amsterdam. De milieuorganisatie vraagt de Nederlandse rechter vast te stellen dat Energy Transfer een slapp-zaak (strategische rechtszaak om publieke deelname te onderdrukken) voert en misbruik maakt van het recht. Greenpeace eist bovendien dat het bedrijf alle schade en proceskosten vergoedt, waaronder miljoenen aan advocatenkosten en reputatieschade voor de in Nederland gevestigde organisatie.
De ruzie volgt op protesten in 2016–2017 tegen de aanleg van een 3.000 km oliepijpleiding door een beschermd reservaat in North Dakota, waar inheemse demonstranten maandenlang tegen de bouw protesteerden. Energy Transfer beschuldigt Greenpeace van het aanzetten en faciliteren van die acties en spande in de VS een zaak aan wegens smaad. Een Amerikaanse jury legde vorig jaar een boete op van $667 mln; een rechter halveerde dat later tot $345 mln (€292 mln). De Amerikaanse tak van Greenpeace draagt het grootste deel van die last, wat de organisatie heeft gewaarschuwd voor mogelijk faillissement.
Energy Transfer bestrijdt dat de Nederlandse rechter bevoegd is en wil de procedure uitstellen tot het hoger beroep in de VS is afgerond. Ook voert het bedrijf aan dat de nieuwe EU-richtlijn tegen slapp-zaken nog niet verplicht is (transponering is gepland in mei) en dat Greenpeace daarom daarop geen beroep kan doen. Greenpeace stelt dat bescherming tegen slapps al binnen het Nederlandse recht toepasbaar is en dat het hoofdkantoor in Nederland daadwerkelijk schade lijdt, onder meer doordat donateurs huiveriger zijn geworden.
De Amsterdamse rechtbank doet op 3 juni uitspraak over de vraag of de zaak in Nederland kan doorgaan en of er sprake is van misbruik van procesrecht.