Groeten uit Beiroet: 'Kifak, mon chéri. What's up?'
In dit artikel:
Ik verblijf in Beiroet en raak meteen verknocht aan de stad: levendige binnentuinen, meertalige twintigers die moeiteloos Arabisch, Frans en Engels mengen, en een bruisend cultureel leven met jazz, galerieën en natuurwijnbars. Een vriend die er werkt leidt me rond; ik slenter over de boulevard, bezoek boekwinkels, kerken en moskeeën en vergelijk alles voortdurend met Caïro — maar Beiroet voelt rustiger, groener en vrijer. In wijken als Achrafieh is het normaal om op straat een cocktail te drinken of met blote benen naar pilates te lopen; ik word gezien als Libanees en met warmte ontvangen: "Ahlan wa sahlan."
Tegelijkertijd zijn de littekens onmiskenbaar. In de stad zijn verwijzingen naar burgeroorlog, een diepgaande inflatiecrisis en de verwoestende havenexplosie zichtbaar; een kappersbaas toont een gat in de muur en zijn persoonlijke verwondingen als stille getuigen. De tegenstelling tussen feestelijk stadsleven en structurele kwetsbaarheid wordt pijnlijk concreet wanneer, op een dag aan het strand, nieuws binnenkomt dat Israël heeft gebombardeerd en Israëlische drones boven de stad vliegen. Mensen gaan door met koffie en werk, maar de spanning hangt voelbaar in de lucht. Op een muur staat in graffiti: "I am not bipolar, Beirut is" — een kernachtige samenvatting van de stad die tegelijk hartstochtelijk en gespleten is.
Kortom: Beiroet blijft een magnetische, hybride metropool waar openheid en creativiteit samengaan met de gevolgen van interne en regionale crises. Voor wie er komt is de aantrekkingskracht groot, maar de fragiele realiteit trekt altijd op de achtergrond mee.
Vandaag Inside: Nico Dijkshoorn vertelt over bizarre fascinatie; René van der Gijp weet niet wat hij hoort!