Grondstoffenprijzen naar hoogste niveau in vier jaar
In dit artikel:
De Wereldbank waarschuwt dat de oorlog in het Midden-Oosten de grondstofprijzen omhoog jaagt en daardoor groei en prijsstabiliteit in opkomende economieën onder druk zet. Voor 2026 verlaagde de bank deze week de groeiprognose voor die landen van 4,0 naar 3,6 procent. De aanhoudende aanvallen sinds eind februari van de Verenigde Staten en Israël op Iran hebben het scheepvaartverkeer door de Straat van Hormuz grotendeels lamgelegd, waardoor de toevoer van olie, aardgas, ureum en andere grondstoffen sterk is beperkt.
De Wereldbank rekent dit jaar op een gemiddelde stijging van grondstoffenprijzen van 16 procent. In het basisscenario, waarbij de Hormuz-straat vanaf volgende maand geleidelijk weer open gaat, verwacht men gemiddeld ongeveer 86 dollar per vat Brent (tegen 65 dollar in 2025); bij langduriger verstoring kan dat oplopen tot 95–115 dollar. Ook ureum — belangrijk voor kunstmest en aardgasintensief — zou circa 60 procent duurder worden, wat de kunstmestprijzen met ongeveer 31 procent opvoert.
Als gevolg stijgt de inflatie in opkomende landen naar gemiddeld 5,1 procent in 2026, ruim een procentpunt hoger dan eerder gedacht; centrale banken zoals in Pakistan en de Filipijnen hebben al renteverhogingen doorgevoerd. Hoofdeconoom Indermit Gill benadrukt dat vooral arme bevolkingsgroepen en zwaar belaste ontwikkelingslanden het hardst geraakt worden: "Oorlog is ontwikkeling in omgekeerde richting." De Wereldbank waarschuwt verder dat geopolitieke schokken langduriger en groter effect hebben op prijzen dan andere verstoringen; een 1 procent productiedaling door politieke risico’s leidt gemiddeld tot een prijsstijging van 11,5 procent. Dit alles verhoogt het risico op verslechterende voedselzekerheid en extra schulddruk voor kwetsbare landen.