Heet van de naald: de coupeuses
In dit artikel:
Drie coupeuses uit verschillende generaties geven een beeld van het ambacht achter kleding — van high fashion tot theaterkostuums — en laten zien hoe precisie, geduld en vakkennis samenkomen.
Anne Titulaer (1995) werkt sinds anderhalf jaar als coupeuse en patroonmaker bij Viktor & Rolf. Opgeleid onder meer aan de Meesteropleiding Coupeur, werkte ze eerder voor David Laport, Claes Iversen en Tess van Zalinge. Anne houdt van het fijnmechanische werk: van schets naar driedimensionaal kledingstuk, met veel passen, aanpassen en handwerk. Ze werkt veel met couturestukken — korsetbouw noemt ze beeldhouwen — en herinnert zich vooral haar stage in 2016 bij David Laport, waarbij ze meewerkte aan de gele Met Gala-jurk van Solange Knowles. Ze benadrukt dat millimeterwerk, juiste gereedschappen en flexibiliteit essentieel zijn; in Nederland zijn vaste coupeursposities schaars doordat werk vaak in pieken komt. De recent veranderde hbo-opleiding Tailor Professional (voorheen particuliere Meesteropleiding Coupeur) maakt het vak toegankelijker, en Anne is benieuwd naar de instroom van nieuwe afgestudeerden.
Leny Rief-Hofs (1943) zit al 57 jaar in het vak en werkte 27 jaar als meestercoupeur voor Mart Visser. Ze begon na de oorlog, toen patroonwerk nog op krantenpapier gebeurde, en bouwde een loopbaan op die haar ook naar Lesgeven en ontwerpen leidde. In 2006 ontwierp ze het patroon dat LaDress groot maakte; ze bleef tot recent als adviseur en patroonmaker betrokken. Leny ervaart grote veranderingen door digitalisering — moderne patronen worden vaak met computers berekend en zelfs door AI gegenereerd — maar ziet vernieuwing positief zolang liefde voor het ambacht behouden blijft. Raffinement en doorzettingsvermogen waren en blijven volgens haar de kern van het vak.
Maryse Roelfs (1996) werkt acht jaar bij Nationale Opera & Ballet; de laatste vier jaar als tweede coupeuse op het damesatelier. Ze beschrijft het werk als teamgericht en veelzijdig: maten nemen, patronen tekenen, passen, aanpassen en soms kostuums reconstrueren voor hernemingen. In het operawerk draait het minder om coutureglans en meer om personagetransformatie en praktische eisen: bewegingsvrijheid, ademruimte en reservekostuums voor intensief gebruik. Voor de in juni 2026 te première brengen opera Simon Boccanegra werkte het atelier bijvoorbeeld aan historische silhouetten zoals bustles.
Gezamenlijk tonen de portretten hoe het coupeursvak balanceert tussen artistieke creatie en technische precisie, hoe opleidingen en technologie het beroep veranderen, en waarom vakmanschap — van handgeknipte zoom tot zorgvuldig patroon — onmisbaar blijft in zowel haute couture als podiumkostuum.