Hella Jongerius: 'Als vernieuwer kun je grotere stappen maken'
In dit artikel:
Hella Jongerius (1963) geldt als één van de invloedrijkste ontwerpers van de afgelopen dertig jaar. Haar loopbaan omvat herkenbare commerciële successen — zoals het doelbewust imperfecte servies B‑Set (1997), de PS‑lijn voor Ikea (2005) en het KLM‑cabineontwerp (2013‑2014) — maar de laatste jaren staat ze steeds meer met autonoom werk in de schijnwerpers. Het Vitra Design Museum in Weil am Rhein wijdt een grote overzichtstentoonstelling aan haar oeuvre: Whispering Things brengt drie decennia van Jongerius’ onderzoek en praktijk bijeen en fungeert als een mijlpaal in haar internationale carrière.
Jongerius woont sinds 2008 grotendeels in Berlijn maar werkt deels vanuit een atelier in een voormalig schoolgebouw buiten Arnhem. Daar runt ze een klein, hecht collectief van vooral jonge vrouwelijke ontwerpers; het atelier is zowel werkplaats als gemeenschap: er zijn woonruimtes voor verblijven van medewerkers en ze betrekt oud‑collega’s bij projecten (bijvoorbeeld door iedereen uit te nodigen hun handen te kleien voor de tentoonstelling). Hoewel ze als leider optreedt, benadrukt Jongerius het collectieve karakter van haar praktijk: samenwerking en doorlopende relaties met vaste medewerkers zijn cruciaal.
Inhoudelijk markeert Jongerius’ werk een verschuiving van industriële opdrachten naar meer onderzoekend, autonoom werk, een transitie die vanaf circa 2018 duidelijk werd. Waar ze vroeger binnen commerciële kaders wilde grenzen oprekken, zoekt ze nu vaker naar ruimte om materialen en systemen diepgaander te onderzoeken zonder dat alles op een verkoopbaar product hoeft te eindigen. Een spectaculair voorbeeld was haar solo‑expositie in 2019 bij Lafayette Anticipations in Parijs, waar ze een mega‑weefgetouw bouwde om ter plekke driedimensionale structuren te weven met innovatieve garens, waaronder met zonnepanelen gevoede ‘solar yarns’. Dat project werd later door Centre Pompidou aangekocht.
Duurzaamheid, circulair ontwerpen en kritiek op wegwerpcultuur zijn terugkerende thema’s. Samen met Louise Schouwenberg publiceerde Jongerius in 2015 het manifest Beyond the New, waarin ze waarschuwt tegen de obsessie met ‘nieuw omwille van nieuw’ en pleit voor ontwerpers die nadenken over onderhoud, reparatie en recycling. Praktisch terug te zien in haar werk: voor KLM gebruikte ze cradle‑to‑cradleprincipes (tapijten gemaakt van oude uniformen) en bij een opdracht voor het porseleinhuis Nymphenburg (2023) maakte ze geen nieuwe producten maar gaf ze oude serviezen een tweede leven via upcycling‑ingrepen.
Politiek en persoonlijk denken lopen door elkaar in haar werk. Ze noemt zichzelf uitgesproken feminist en verbeeldt maatschappelijke onvrede in haar recentste serie Angry Animals: aardewerken dierkoppen (haaien, kippen, nijlpaarden) met wijd open monden die ‘woede’ lijken uit te drukken — vaak voorzien van vrouwennamen. De beelden zijn tegelijk ludiek en kritisch; Jongerius ziet ze als de stem van wezens zonder stem, en als een commentaar op een wereld waarin vrouwen terrein verliezen en jonge ontwerpsters moeilijk doorbreken. Ze begeleidt veel jonge vrouwen en signaleert dat de beroepswereld nog steeds een mannen‑dominantie kent.
Technologie intrigeert haar, maar ze verzet zich tegen een louter technische benadering die esthetiek en maatschappelijke meerwaarde negeert. Solar‑energie fascineert haar vanwege de democratische toegankelijkheid en de mogelijkheden om esthetisch aantrekkelijke, publieke toepassingen te maken in plaats van louter functionele plaatjes. Tegelijk waarschuwt ze voor de kapitalistische logica die leidt tot overconsumptie en ecologische schade.
Op institutioneel vlak heeft Jongerius het afgelopen jaar haar archief actief ondergebracht bij een beperkt aantal internationale instellingen die een representatieve collectie kunnen opbouwen, waaronder MoMA en V&A; het overige materiaal ging naar Vitra. In Nederland schonk ze haar textielarchief aan het TextielMuseum in Tilburg, maar ze uitte ook frustratie over het trage en vaak vrijblijvende beleid rond ontwerp‑archieven en ondersteuning door ministeries en musea: veel gesprek, weinig daadkracht.
Privéleven en levenshouding spelen mee in haar keuzes. Ze groeide op in een ondernemend gezin, woont en heeft haar dochters in Berlijn opgevoed, en voelt zich daar geworteld. De stad biedt haar een sociale context die ze waardeert; toch houdt ze sterke banden met Arnhem, waar haar atelier en deelprojecten zijn. Jongerius leeft relatief duurzaam (treinreizen, minder vliegen, plantaardige voeding), koestert de mogelijkheid van alternatieve woon‑ en zorggemeenschappen en droomt van ingrijpender systeemveranderingen — zoals producenten die blijvend verantwoordelijk zijn voor hun producten of een andere omgang met eigendom.
Vooruitkijkend heeft ze nog grote projecten: een geheim gehouden omvangrijk werk voor een wereldbekende kunststichting dat bij de opening van een nieuwe vestiging onthuld wordt, en een haaienfontein voor Vitra, gemaakt bij keramiekcentrum EKWC (drie haaien van circa 2 meter). Ze plant in 2027 een sabbatical om tijd voor zichzelf te nemen en te onderzoeken wat een ‘derde leven’ als maker voor haar kan betekenen. Persoonlijk staat ze ook open voor nieuwe vormen van liefde; ze vertelt dat ze momenteel aan het daten is met een vrouw.
Kortom: Hella Jongerius balanceert tussen industrie en kunst, tussen productie en onderzoek, en tussen daadkracht en reflectie. Haar recente focus op autonome projecten, circulaire praktijken en maatschappelijke thema’s laat zien dat ze niet alleen het designveld wil verfraaien, maar ook fundamenteel wil veranderen hoe wij produceren, gebruiken en samenleven.
Vandaag Inside: Valentijn Driessen onthult KNVB-regeling voor Bas Nijhuis: 'Daar kan je nooit op zakken'