Het Chinees-Indisch restaurant als nationaal erfgoed
In dit artikel:
Chinees-Indische restaurants vormden decennialang een vast onderdeel van het Nederlandse straatbeeld, maar verdwijnen nu snel door vergrijzing, gebrek aan opvolging en strengere arbeidsmigratieregels. In een achtergrondverhaal over deze eetcultuur wordt uitgelegd hoe de restaurants vanaf de jaren vijftig overal opkwamen en in de jaren tachtig ruim 2300 vestigingen telden. Ze boden Nederlanders goedkoop, royaal eten en maakten velen voor het eerst vertrouwd met smaken als ketjap, saté, nasi en babi pangang.
Het artikel laat zien dat deze keuken voortkwam uit eeuwenlange uitwisseling tussen Chinese migranten en Indonesische gerechten, en dat Chinese restauranthouders zich telkens aanpasten aan Nederlandse smaken en omstandigheden. Na de onafhankelijkheid van Indonesië kwamen veel Indische Nederlanders naar Nederland, waardoor de vraag naar deze gerechten groeide. Tegelijkertijd zit achter het succes van de restaurants ook een geschiedenis van Chinese migratie, uitbuiting, deportaties en racisme, een geschiedenis die lang onderbelicht bleef.
Filmmaker Julie Ng, die tien jaar werkte aan de documentaire Meer dan babi pangang, en schrijver Sun Li proberen die migratiegeschiedenis zichtbaar te maken. Ook horecaondernemer Danny Lee, zoon van restaurantuitbaters, ziet de erfenis terug in zijn eigen werk: hij vernieuwt met moderne zaken, maar benadrukt dat je de traditie eerst moet kennen. Volgens de makers is de Chinees-Indische keuken niet alleen een verhaal over eten, maar vooral over overleven, familiearbeid en de invloed van Chinese Nederlanders op de Nederlandse eetcultuur.
De Oranjezomer: Koert Westerman pleit voor nieuwe regel in het voetbal: 'Ik zou willen voorstellen...'