Het grootste nut heeft nutteloos onderzoek
In dit artikel:
Nu ruim 320.000 studenten aan een academische opleiding beginnen, waarschuwt historicus Klaas van Berkel dat groei niet automatisch vooruitgang betekent. In zijn korte boek *Leve de ivoren toren* bekritiseert hij de moderne universiteit, die zich volgens hem te veel is gaan presenteren als leverancier van direct maatschappelijk nut. Daardoor staan vooral de geesteswetenschappen kwetsbaar bij bezuinigingen: zij kunnen moeilijk aantonen welke concrete oplossingen of producten ze opleveren.
Van Berkel pleit voor een universiteit die opnieuw ruimte biedt aan bezinning, vorming en belangeloze nieuwsgierigheid. Hij noemt drie kernwaarden: respect voor kennis omwille van zichzelf, academische vrijheid en een nauwe verbinding tussen onderwijs en onderzoek. Juist onderzoek zonder vooraf vastgelegde praktische opbrengst kan volgens hem tot grote ontdekkingen leiden; Einstein wist bijvoorbeeld niet dat zijn werk later zou bijdragen aan gps, zonnepanelen en kerncentrales.
Zijn analyse van academische vrijheid vindt de bespreker minder overtuigend. Van Berkel ziet sinds de coronapandemie meer druk en bedreiging voor wetenschappers, maar stelt dat universiteiten daarvoor overwegend kritisch en eerder links dan het bedrijfsleven waren. Die verklaring voor het vermeende politieke klimaat op universiteiten wordt in de bespreking als te kort door de bocht beschouwd.
Het sterkste deel gaat over de verwevenheid van onderwijs en onderzoek. Universiteiten zijn volgens Van Berkel uitgegroeid tot grootschalige opleidingsinstituten, terwijl onderwijs oorspronkelijk draaide om hoogleraren die een beperkte groep getalenteerde studenten bij hun onderzoek betrokken. Daarom stelt hij een ‘kernuniversiteit’ voor: naast een reguliere universiteit zou een selecte groep studenten en docenten wetenschap kunnen beoefenen zonder opgelegde maatschappelijke verplichtingen. Van Berkel erkent dat dit op korte termijn waarschijnlijk niet haalbaar is, maar ziet het ideaal als een nuttige maatstaf voor bestuurders. De universiteit hoeft niet volledig van ivoor te zijn, zolang haar academische kernwaarden behouden blijven.
Daarnaast worden vier andere boeken kort besproken. Erik Van Vooren gebruikt het succesverhaal van The Beatles in *Let It Be* als inspiratie om stress te verminderen en mensen te helpen hun talenten en doelen te vinden. Oudheidhistoricus Edmund Richardson schetst in *Alexander* een menselijker en vollediger portret van de Macedonische heerser. Psychiater Iris Sommer onderzoekt in *De stem van het brein* hoe taal en communicatie mensen, dieren en kunstmatige intelligentie vormen. Filosofe Stine Jensen beschouwt in *We moeten het over Groenland hebben* de geopolitieke en persoonlijke betekenis van Groenland, nu klimaatverandering grondstoffen en nieuwe vaarwegen aantrekkelijk maakt voor grootmachten.
Vandaag Inside: Johan Derksen laakt aanpak minister Van Weel rond Bolle Jos: 'Hij bezorgt zichzelf een afgang!'