Het intieme werk van Tracey Emin

vrijdag, 8 mei 2026 (07:05) - Het Financieele Dagblad

In dit artikel:

De Londense Tate Modern toont een groots retrospectief van Tracey Emin (1963) onder de titel A Second Life, waarin haar rauwe, autobiografische werk centraal staat. Emin opent haar privéleven voor het publiek: van video’s en gedichten tot installaties, quilts en schilderijen. Haar kunst verwijst veelal direct naar ervaringen met misbruik, verwaarlozing, verslaving, abortus en later een ingrijpende strijd tegen blaaskanker — thema’s die haar werk zowel intens persoonlijk als confronterend maken.

Emin brak in de jaren negentig door met controversiële werken zoals My Bed (1999), een installatie van haar verwaarloosde bed met onder meer condooms en vodden, die destijds fel bekritiseerd werd omdat sommigen vonden dat kunst het particuliere zou moeten overstijgen. Kwart eeuw later heeft ze die publieke veroordeling overleefd: ze is Dame Tracey, een icoon en publieksfavoriet. In bite-sized filmpjes uit die periode — bijvoorbeeld Why I Never Became a Dancer (1995) — vertelt ze openlijk over haar jeugd in het badplaatsje Margate, de contacten met veel oudere mannen op jonge leeftijd en de vernederingen die ze daar opdeed. Haar werk transformeert dergelijke herinneringen tot creatieve verhalen, soms wraakzuchtig, soms elegisch.

De expositie is expliciet in het tonen van kwetsbaarheid. Haar atelier is nagebouwd; de claustrofobische ruimte met een matras, waslijntje en half afgemaakte doeken verwijst rechtstreeks naar de werkomstandigheden en de emotionele isolatie waarin veel werk ontstond. Foto’s van haar bloedende stoma na operaties — onderdeel van haar behandeling tegen agressieve blaaskanker — hangen in een donkere gang en markeren letterlijk de overgang naar het tweede deel van de tentoonstelling: werken uit haar leven na de ziekte. Zelf zegt ze over die periode: “This is my second life.”

In recente jaren concentreert Emin zich vooral op schilderen: doeken met ruwe penseelstreken, druipende verf en vaak dagboekachtige krabbels. Niet al die schilderijen zijn even overtuigend; soms spreekt de pure pose en schilderwijze sterker dan de toegevoegde tekst. Een van de meest aangrijpende werken is I was too young to be carrying your Ashes (2017–2018), gemaakt na het overlijden van haar moeder — een spookachtig zelfportret dat stilte en leegte beter verbeeldt dan veel expliciete zinnen.

Sommige onderdelen van de show vallen minder goed: haar neonteksten komen soms over als flauwe slagzinnen, terwijl andere stukken zoals het in brons gegoten dodenmasker veel kracht hebben en haar confrontatie met lot en sterfelijkheid krachtig verbeelden. Over het geheel toont de tentoonstelling een kunstenaar die zich zonder terughoudendheid blootgeeft: niet om medelijden te vragen, maar om ervaringen te benoemen en te transformeren. Ondanks wisselende kwaliteit en aanhoudende kritiek blijft Emins oeuvre bijzonder omdat het persoonlijke leven tot kunst maakt en zo gesprekken over pijn, liefde en overleving afdwingt.