Hoe het midden uit de politiek viel

woensdag, 29 april 2026 (12:34) - Het Financieele Dagblad

In dit artikel:

Afgelopen week vertelt de auteur over een gesprek met een kennis die bang is voor een oplopend fascisme en roept: “Ik ben klaar met objectief zijn. We moeten hard in verzet komen.” Die uitspraken vormen de kapstok van een bredere analyse: het Nederlandse poldermodel — het streven naar midden, overleg en tolerantie — is de afgelopen tien tot twintig jaar stapsgewijs ondermijnd en vrijwel verdwenen.

Het artikel schetst hoe kritiek op het midden van verschillende kanten kwam en het legitimiteitsverlies versnelde. Vanaf Pim Fortuyn werd de consensuspolitiek al bekritiseerd als bestuurlijk verzwakt; Thierry Baudet beargumenteerde later dat het midden zich voordoet als neutraal terwijl het ideologisch is en het debat verstikt. Ook links leverde vergelijkbare afrekening: essayist Gijsbert Pols stelt dat het centrum zijn morele gezag heeft verspeeld en fungeert als dekmantel voor bestaande machtsverhoudingen. Resultaat: het midden is niet langer een ontmoetingsplek maar een verdacht kruispunt.

Die ontregeling beperkt zich niet tot partijpolitiek. Journalisten zouden steeds vaker hun eigen narratief openlijk naar voren schuiven in plaats van objectief verslag te doen. Politieke partijen weigeren steeds explicieter samen te werken met bepaalde anderen, waardoor coalitievormen klem komen te zitten. De publieke sfeer polariseert: andersdenkenden worden niet meer als wispelturige tegenstanders gezien maar als moreel verdorven vijanden.

De auteur zoekt oorzaken: verharding van het debat door sociale media en populisme, maar ook diepere maatschappelijke verschuivingen. Individualisering en globalisering hebben moraal veranderen van gedeelde omgangsnormen naar persoonlijke morele overtuigingen. Tegelijk hebben urgente kwesties — migratie, terrorisme, klimaat, pandemie — moraal expliciet politiek gemaakt; morele urgentie wordt een wapen in plaats van een gemeenschappelijke maatstaf. Hierdoor verschuift politiek van belangenbehartiging naar het afdwingen van moreel gelijk. Samenwerking met andersdenkenden wordt al snel gezien als moreel verraad.

De gevolgen zijn tweevoudig zorgwekkend. Ten eerste leidt morele polarisatie tot bestuurlijke impasses en een splijting van burgers. Ten tweede is er het gevaar dat groepen die zichzelf moreel superieur vinden, steeds meer bereid zijn radicale middelen te gebruiken om hun gelijk af te dwingen — het pad van moreel absolutisme versoepelt de weg naar radicalisering. Bovendien wordt kritiek op eigen opvattingen ervaren als immoreel, waardoor corrigerende reflectie wegvalt en extremere ideeën ongebroken kunnen doorgroeien.

Toch sluit de auteur niet af in fatalisme: er kan nog een zwijgende, gematigde meerderheid bestaan die onderbelicht is in het publieke debat. Het polderideaal fungeert daarbij als noodzakelijke rem en ruimte voor twijfel. Zonder zo’n midden is er volgens de tekst vooral nog hard, onverzoenlijk verzet — en dat is een slechte uitkomst voor een pluralistische samenleving.