Hoeveel ruimte mogen datacenters krijgen in Nederland?

dinsdag, 28 april 2026 (06:19) - Het Financieele Dagblad

In dit artikel:

Klimaatactivist Guus Dix en datacentermaker Stijn Grove staan tegenover elkaar in een scherp debat over de toekomst van datacenters in Nederland, maar vinden wel één punt gezamenlijk: er ontbreekt een nationale visie op digitale infrastructuur. Het gesprek speelt zich af op het kantoor van de brancheorganisatie Dutch Data Center Association in Amsterdam; de breuklijnen zijn ontstaan zichtbaar sinds de Facebook-hyperscaleplannen in Zeewolde (2021).

Dix, actief bij Extinction Rebellion, wil de expansie van datacenters blokkeren of sterk beperken. Hij ziet de groei van hyperscales als onverenigbaar met klimaatdoelen en verzet zich tegen het idee dat uitbreiding “noodzakelijk” is. Zijn betrokkenheid culmineerde in de bezetting van het gemeentehuis van Zeewolde eind 2021, toen hij zich hard maakte tegen lokale besluiten die volgens hem landelijke gevolgen hebben voor energiegebruik. Als symbool van verzet gebruikt Dix zelf geen AI-tools zoals ChatGPT, omdat hij het energie- en grondstoffengebruik van die technologie onaanvaardbaar vindt.

Grove, bestuurder bij de DDA, reageert principieel anders: datacenters zijn volgens hem de ruggengraat van de moderne economie en cruciaal voor onderzoek, AI en internationale concurrentiepositie. Nederland heeft door ligging en infrastructuur een natuurlijke knooppuntfunctie binnen Europa; volgens Grove kun je die positie niet beschermen door hardnekkig te schrappen. Wel pleit hij voor meer sturing en vindt ook hij dat het huidige beleid te fragmentarisch is. Hij benadrukt dat de sector investeert in energie-efficiëntie, dat Nederlandse datacenters voor 100 procent groene stroom inkopen en dat zij financiële middelen hebben om bij te dragen aan de verduurzaming van het netwerk.

De twee liggen vooral over de prioriteiten mijlenver uiteen. Dix wil eerst inzicht en politieke grenzen: meten wat er nu is, vaststellen welke capaciteit maatschappelijk nodig is en pas daarna nieuwbouw toestaan, onder publieke en klimaat- gebonden criteria. Grove waarschuwt dat zulke afremmingen risico’s hebben voor kennisontwikkeling en geopolitieke concurrentie; hij ziet juist kansen om datacenters slim te koppelen aan windparken, batterijopslag en netuitbreiding, wat de energietransitie kan versnellen.

Beiden zijn kritisch over de huidige regie: er ontbreekt nationale ruimtelijke en energieplanning die digitale infrastructuur, economische belangen en klimaatdoelen op elkaar afstemt. Als gedeeltelijke reactie op publieke onrust legde kabinet-Rutte IV in 2022 restricties op voor hyperscale-locaties (alleen Middenmeer en de Eemshaven), maar Grove noemt dat een noodgreep en mist een samenhangend langetermijnplan. Dix ziet juist voorbeelden in de VS als reden tot extra voorzichtigheid: daar zou ongebreidelde bouw van datacenters extra fossiele opwekking stimuleren en duurzaamheidsslagen ondermijnen.

Tegelijkertijd verschilt hun kijk op soevereiniteit en controle. Grove pleit voor realistische, strategische keuzes waarmee Nederland en Europa relevant blijven in cloud en AI; Dix wil strengere politieke en morele grenzen rond Amerikaanse bigtech en pleit voor publiek gerechtvaardigde capaciteit met democratische controle.

Het gesprek eindigt onopgelost maar scherp: er is brede consensus over het gebrek aan visie en sturing, maar diepe onenigheid over of je datacenters moet afremmen of juist inzetten als hefboom voor de energietransitie. De vraag hoeveel datacenters Nederland nog aankan blijft open — en roept om politieke keuzes die ruimtelijke ordening, energiebeleid en economische belangen op één lijn brengen.