Hoge Raad: belastingconstructie NIBC en Société Générale was ontwijking
In dit artikel:
De Hoge Raad heeft definitief een einde gemaakt aan een door NIBC en Société Générale in 2006 opgezette fiscale constructie via de gezamenlijke Nederlandse joint venture Orion Shared Liquidity Assets Funds BV. Hiermee bevestigt het hoogste rechtscollege eerdere vonnissen van de rechtbank en het gerechtshof Amsterdam dat de opzet in strijd was met de wet.
Belangrijkste gevolg: de navorderingsaanslagen van de Belastingdienst uit 2014 en 2015 blijven staan. Inclusief belastingrente gaat het volgens schattingen om bijna €20 miljoen. In de jaren 2007–2008 en 2008–2009 werd in de Nederlandse jaarrekeningen telkens ruim €31 miljoen aan rentekosten als aftrek opgevoerd. Die rentelasten ontstonden door geldstromen tussen de Nederlandse joint venture en Luxemburgse dochtermaatschappijen van Société Générale, terwijl de corresponderende inkomsten in Luxemburg grotendeels onbelast bleven.
De Hoge Raad oordeelde voor de beginperiode (september–december 2007) dat sprake was van fraus legis: het doorslaggevende doel was belastingbesparing en de constructie stond haaks op doel en strekking van de wet. Vanaf 1 januari 2008 viel de constructie bovendien onder aangescherpte renteaftrekwetgeving, waardoor ook daarna geen rechtsgeldige aftrek mogelijk was.
NIBC trok zich al in 2010 terug uit de joint venture en stelde eerder dat het geen financieel risico meer liep. Société Générale voerde de procedure door tot aan de Hoge Raad; het bankhuis wil niet inhoudelijk reageren op het arrest. Toen de structuur werd opgezet was Kees van Dijkhuizen CFO bij NIBC (later bestuursvoorzitter van ABN AMRO). De uitspraak sluit aan bij een reeks recente Hoge Raad-overwinningen voor de Belastingdienst in zaken tegen agressieve renteaftrekconstructies. NIBC staat intussen op het punt volledig door ABN AMRO te worden overgenomen.