Hogere benzineprijzen stuwden Amerikaanse consumenteninflatie in mei opnieuw op
In dit artikel:
In mei is de Amerikaanse consumentenprijsindex (CPI) naar verwachting in het snelste tempo in ruim drie jaar gestegen, voornamelijk door hogere energieprijzen als gevolg van het conflict in het Midden-Oosten. Een Reuters-peiling onder economen voorspelt een jaar-op-jaarstijging van 4,2% voor de CPI in de 12 maanden tot en met mei, tegenover 3,8% in april; op maandbasis wordt rond +0,5% verwacht. De kern-CPI (ex. voeding en energie) zou jaar-op-jaar naar circa 2,9% zijn gegaan, met een maandstijging van ongeveer 0,3%.
De prijsstijgingen zijn deels terug te voeren op een sterke opleving van de benzineprijzen: de landelijke gemiddelde prijs steeg in mei met 8,8% tot ongeveer $4,60 per gallon, en piekte eerder tot meer dan 50% hoger sinds het geweld eind februari. Recentere dalingen na een staakt-het-vuren geven sommige economen hoop dat mei de hoogtepuntmaand voor de inflatie kan markeren, maar de onzekerheid in de regio kan olieprijzen en daarmee de inflatiedruk weer aanwakkeren.
De toegenomen inflatie ligt ruim boven het 2%-doel van de Federal Reserve, die echter het PCE-prijsindex (persoonlijke consumptieve bestedingen) hanteert als richtpunt. Omdat de inflatie naar verwachting voor de tweede maand op rij sneller stijgt dan lonen, dalen reële inkomens en komt de koopkracht van huishoudens onder druk te staan. Dat wekt zorgen over mogelijke verzwakking van de consumptie in de tweede helft van het jaar en vormt ook een politiek risico voor president Trump en de Republikeinen voorafgaand aan de tussentijdse verkiezingen.
Tegelijk blijft de arbeidsmarkt veerkrachtig: in mei namen de banen toe voor de derde maand op rij en het werkloosheidspercentage bleef stabiel op 4,3%. Dat maakt het voor de Fed lastiger om snel versoepelend beleid te voeren, al vinden veel economen dat de drempel voor extra renteverhogingen nog steeds hoog is. Een hogere CPI kan beleidsmakers echter extra reden geven om de rente dit jaar ongewijzigd te laten.
Andere factoren die het inflatiebeeld vormgeven: deflatie bij gebruikte auto’s heeft de goedereninflatie afgeremd; investeringen in AI duwen prijzen van computers en software op, maar die hebben relatief weinig gewicht in de kern-CPI; en eerder ingevoerde importtarieven hebben de prijzen tot dusver met zo’n 0,6–0,7 procentpunt opgestuwd, al wijzen sommige signalen op een afnemende doorwerking van die heffingen.
Samengevat: mei-cijfers duiden op opnieuw versnelde inflatie, gedreven door energie, met implicaties voor reële lonen, consumptie en monetair beleid — terwijl geopolitieke onzekerheid de ontwikkeling de komende maanden kan bepalen.
Vandaag Inside: Johan Derksen kijkt uit naar nieuw SBS6-programma Sing With Me: 'Het lijkt mij héél leuk!'