Hoofdofficier Michiel Zwinkels: 'Bij de politie is alles met cijfers al snel ingewikkeld - nog steeds'
In dit artikel:
Michiel Zwinkels (56), hoofdofficier van het Functioneel Parket, verschijnt vriendelijk en stipt bij restaurant Blauw aan de Amstelveenseweg in Amsterdam voor een gesprek met het FD. Het Functioneel Parket is het onderdeel van het Openbaar Ministerie dat zich bezighoudt met grote fraudezaken en milieudelicten. Zwinkels, casual gekleed, heeft een terughoudende houding tegenover de media sinds hij een jaar eerder een uitnodiging van het FD afzegde na een kritisch artikel over het OM en het onderzoek naar Sywert van Lienden in de mondkapjesaffaire. Destijds vond hij de berichtgeving eenzijdig; hij benadrukt sindsdien het belang van terughoudendheid zolang zaken nog bij de rechter liggen.
Zwinkels wil niet afhankelijk lijken van journalisten of belanghebbenden: hij eist dat hij zijn eigen deel van de rekening betaalt — “Ik wil niet in een afhankelijke positie komen, ook niet met jullie” — en wil het privéleven van zijn gezin afgeschermd houden om veiligheidsredenen. Als aanklager kreeg hij in zijn Amsterdams beginperiode te maken met serieuze bedreigingen; er is ooit navraag gedaan in criminele kringen over de school van zijn kinderen. Die ervaring verklaart zijn zorg voor de persoonlijke bescherming van zijn gezin.
Zijn loopbaan begon bij fraude en zware criminaliteit; hij trad in de voetsporen van zijn vader, die ook officier van justitie was. Zwinkels werkte aan meerdere spraakmakende dossiers: onder meer de zaak tegen Jan‑Dirk Paarlberg (witwassen), de afhandeling van de criminele nalatenschap van Willem Endstra en het onderzoek naar intimidatie van ondernemer Erik de Vlieger door Itzhak Meiri. Deze zaken illustreren zijn langdurige betrokkenheid bij complexe financiële en georganiseerde misdaadonderzoeken, die vaak jaren doorgaan.
Als leidinggevende van het Functioneel Parket voert Zwinkels een strategiewijziging door. Hij vindt dat onderzoeken te lang blijven liggen voordat ze rechterlijk worden afgewikkeld, en heeft daarom enkele zeer oude dossiers geseponeerd. Daarnaast wordt vaker gekozen voor strafrechtelijke alternatieven buiten de rechter om, zoals boetes of taakstraffen, en maakt hij scherpere keuzes over welke zaken überhaupt strafrechtelijk moeten worden aangepakt. Deze aanpak moet zorgen voor meer slagkracht en efficiëntie binnen het parket.
Vooruitkijkend noemt hij de invoering van het nieuwe Wetboek van Strafvordering, gepland voor 2029, een majeure operatie. De modernisering brengt veel versnelling met zich mee, maar vereist grote aanpassingen, vooral in ICT-systemen; volgens Zwinkels wordt het een uitdaging om dat op tijd te realiseren. Collega’s noemen hem ambitieus en zien zijn huidige functie wel als opstap naar hogere posities — Zwinkels reageert luchtig op de gedachte dat hij ooit minister zou kunnen worden: ambitie is voor hem geen negatief woord.
Kleine menselijke details kleuren het portret: Zwinkels is fan van de Indische keuken — rendang staat die avond op tafel — en hij deelt anekdotes over familietradities en het koken met schoonmoeder en zijn vrouw, die deels Indonesisch is. Het gesprek eindigt luchtig met een ongemakkelijke maar herkenbare scène: na het eten blijkt zijn portemonnee in de auto te liggen en hij vraagt de serveerster of zij kan voorschieten — daarna glimlachend: “Vergeet je niet me een tikkie te sturen?”