Hoog over de Westerschelde, of eronderdoor
In dit artikel:
Vanaf de Zeedijk bij Borssele is het dichtbij: Zeeuws-Vlaanderen ligt op slechts zeven kilometer van Zuid-Beveland. Die korte afstand is precies waar netbeheerder TenneT nu over buigt: hoe de Westerschelde over te steken met een nieuwe 380 kV-verbinding die Zeeuws-Vlaanderen koppelt aan het landelijke hoogspanningsnet. Die koppeling is cruciaal om zware industrie langs het kanaal — zoals Dow — te helpen verduurzamen, en om eventuele nieuwe kerncentrales en de aanlanding van windstroom op zee te bedienen. Het kabinet wil dat de verbinding in 2034 operationeel is; het voorwerk (drie jaar) en de bouw (vijf jaar) maken die planning krap maar haalbaar, zodat ministeriële keuzes dit jaar moeten vallen.
Er liggen meerdere opties op tafel die sterk van elkaar verschillen: een rij hoge masten over de Westerschelde, kabels ingegraven in de bodem, of een technische tunnel. TenneT benadrukt technisch-economische bezwaren tegen ondergrondse wisselstroomkabels: die hebben grotere capaciteitsverliezen, koelings- en filterproblemen en vragen veel ruimte. Tegelijkertijd ziet TenneT weinig kans op sociale acceptatie van tientallen masten tot 240 meter hoog in een druk bevaren, Natura 2000-gebied. Een boring onder de rivier werd al afgeschreven omdat een enkel stuk kabel te lang zou zijn om te verwerken; baggeren en begraven levert ecologische en scheepvaartproblemen op en vereist herhaald onderhoud. Daarmee komt een tunnel als technisch best functionerende — maar ook duurste en tijdrovendste — oplossing naar voren. TenneT voert sinds herfst 2024 op eigen risico en op verzoek van lokale overheden al voorbereidende tekenwerkzaamheden en aanbestedingsvoorbereidingen voor een tunnel uit, samen met Rijkswaterstaat. Het concept: twee afzonderlijke tunnelbuizen van circa vijf meter diameter, met ventilatie en luchtkoeling voor in totaal twee keer twaalf 380 kV-kabels van 15–20 cm doorsnede, geboord vanuit beide oevers.
Het traject omvat in totaal ongeveer tien à elf kilometer kabels en meerdere mogelijke tracés en locaties voor een hoogspanningsstation van ongeveer twintig hectare bij Terneuzen. Voor de aansluiting op de nieuwere 380 kV-route tussen Borssele en Rilland zijn nog eens drie à vier kilometer nodig, waarvoor ook keuze bestaat tussen bovengronds en ondergronds. TenneT levert technische voor- en nadelen en kostenplaatjes aan het ministerie, maar geeft geen gewogen beleidskeuze: dat is aan de ministers van Klimaat en Ruimtelijke Ordening.
Financiële inschattingen zijn onduidelijk in de TenneT-studies, maar North Sea Port noemde eerder een totaalplaatje van ongeveer €900 miljoen — inclusief hoogspanningsstation en de extra kilometers op Zuid-Beveland — wat fors hoger zou zijn dan de kosten van vergelijkbare trajecten in de regio. De hogere prijs verklaart deels waarom TenneT al vroeg voorbereidingen treft: een ministeriële keuze voor een tunnel geeft een voorsprong van enkele jaren.
De plannen stuiten op lokaal verzet, met name in Borsele: de gemeente vreest insluiting door bovengrondse kabels en beroept zich op eigen voorwaarden die nieuwe bovengrondse tracés in Zuid-Beveland uitsluiten. TenneT erkent mogelijke effecten op leefkwaliteit en wijst op financiële compensatie; er is ook al €50 miljoen gereserveerd voor gebiedsinvesteringen om aanlanding van windstroom mogelijk te maken. De nieuwe benoeming van de Zeeuws-Vlaamse Jo-Annes de Bat als staatssecretaris biedt de regio extra vertegenwoordiging in Den Haag.
Tot slot: waarom niet simpelweg aansluiten op het Belgische net? TenneT en de Belgische netbeheerder Elia hebben dat onderzocht, maar direct koppelen zou wettelijke aspecten rond verantwoordelijkheid voor de betrouwbaarheid van het Nederlandse net compliceren — die verantwoordelijkheid mag niet worden overgedragen aan Elia. Ministers moeten nu besluiten welke variant wordt voorgesteld, waarna Zeeuwse overheden kunnen reageren en een definitieve voorkeur later dit jaar volgt.