Hooggerechtshof VS wijst Eli Lillys aanval op klokkenluiderswet af
In dit artikel:
Het Amerikaanse Hooggerechtshof heeft op 18 mei geweigerd de zaak van farmaceut Eli Lilly in behandeling te nemen tegen toepassing van de False Claims Act, een uit de Amerikaanse Burgeroorlog stammende klokkenluiderswet. Daarmee blijft een lagere rechterlijke uitspraak van kracht die Lilly vervolgens tot betaling van 183 miljoen dollar verplichtte na een vonnis wegens fraude met Medicaid.
De rechtszaak begon met een klacht uit 2014 van Ronald Streck, een jurist en apotheker, die betoogde dat Lilly retroactieve prijsverhogingen voor bepaalde geneesmiddelen had doorgevoerd zonder Medicaid daarvoor te compenseren. Een federale jury oordeelde in 2022 dat Lilly bewust informatie had achtergehouden; de toegekende schadevergoeding van 61 miljoen dollar werd onder de False Claims Act verdrievoudigd tot 183 miljoen. Het hof van beroep voor het 7e circuit bevestigde dit oordeel in 2025.
Lilly had bij het Hooggerechtshof aangevoerd dat de qui tam-bepalingen van de False Claims Act ongrondwettelijk zijn omdat zij feitelijk uitvoerende bevoegdheden aan privépersonen geven, die niet onder de controle van de president vallen. Die betwisting vond echter geen gehoor. De False Claims Act — ook bekend als Lincoln’s Law en sinds 1986 aangescherpt — stelt klagers in staat namens de overheid te procederen en een deel van teruggevorderde bedragen te ontvangen.
Ter illustratie: in fiscaal jaar 2025 werd meer dan 6,8 miljard dollar aan schikkingen en vonnissen onder deze wet binnengehaald, waarvan klokkenluiders ruim 330 miljoen dollar ontvingen. Lilly ontkent nog steeds dat het zich schuldig heeft gemaakt aan wangedrag.