Amerikaans Hooggerechtshof zet cruisemaatschappijen terug over Cuba-onteigeningen

donderdag, 21 mei 2026 (16:46) - IEX.nl

In dit artikel:

Het Amerikaanse Hooggerechtshof heeft op 21 mei een klap uitgedeeld aan vier cruisemaatschappijen die in beroep waren gegaan tegen gezamenlijke vonnissen van in totaal ongeveer $440 miljoen. Met een 8‑1‑uitspraak zette het de beslissing van het federale hof van beroep (het 11e Circuit) buiten werking waarin dat hof de eerdere vonnissen had laten vervallen. De zaak draait om het gebruik van haventerreinen in Havana die na de revolutie van 1959 door de Cubaanse regering werden onteigend.

Eiser in de zaak is Havana Docks Corporation, een bedrijf dat in het begin van de twintigste eeuw pieren in de haven van Havana aanlegde en in 1934 een concessie van 99 jaar kreeg. Na de nationalisaties door Fidel Castro kreeg Havana Docks nooit compensatie van de Cubaanse staat. Op grond van de Helms‑Burtonwet (1996) — die Amerikaanse burgers het recht geeft om in de VS schadevergoeding te eisen van wie handelt in na 1 januari 1959 geconfisqueerde eigendommen — spande Havana Docks een zaak aan tegen Carnival, Norwegian Cruise Line Holdings, Royal Caribbean en MSC Cruises omdat hun schepen tussen 2016 en 2019 terminals in Havana gebruikten.

Een federale rechter oordeelde in 2022 dat de cruisemaatschappijen handelden in geconfisqueerd eigendom en legde elk vonnissen van meer dan $100 miljoen op. Het 11e Circuit trok die vonnissen vorig jaar echter in twijfel en schrapte ze op grond van het argument dat de concessie van Havana Docks in 2004 zou zijn verlopen; volgens dat hof bestond het eigendomsbelang waarop de claim rustte toen al niet meer, zodat het later gebruik door cruiseschepen geen handelen in het geconfisqueerde bezit was.

De uitspraak van het Hooggerechtshof verandert die appeluitkomst: de rechters hebben de beslissing van het 11e Circuit ongedaan gemaakt, waardoor het eerdere vonnis van de lagere rechtbank niet eenvoudigweg van tafel is. Daarmee is de weg voor vervolging van de claims tegen de cruisemaatschappijen weer geopend, al is onduidelijk of en hoe de uitspraken opnieuw worden behandeld.

Achtergrond: een sleutelbepaling van de Helms‑Burtonwet werd sinds invoering vaak geschorst door Amerikaanse presidenten, totdat president Trump die opschorting in 2019 introk; dat leidde tot een reeks rechtszaken in de VS tegen Cubaanse staatsbedrijven en bedrijven die in Cuba actief waren. Het Hooggerechtshof behandelde in februari ook een soortgelijke zaak van ExxonMobil tegen het Cubaanse staatsconcern CIMEX naar aanleiding van 1959‑onteigeningen; over die zaak is nog geen definitief oordeel gegeven.

De uitspraak illustreert de complexe botsing tussen buitenlandse onteigeningen uit het verleden, Amerikaanse wetgeving die eigenaarsrechten wil beschermen, en de praktische gevolgen voor internationale bedrijven die – soms volgens overheidsbeleid – zaken met Cuba zijn gaan doen.