Hotelbaas Charlie MacGregor: 'Als je 200 studenten in een gebouw zet krijg je vreemd gedrag'
In dit artikel:
Charlie MacGregor, de Schotse oprichter van The Social Hub (voorheen The Student Hotel) en baas van een keten met zo’n 21 vestigingen in acht landen en meer dan 10.000 kamers, bracht op de dag van het interview eerst zijn stem uit bij de Amsterdamse gemeenteraadsverkiezingen. Als ondernemer met een “sociaal hart” beschouwt hij zichzelf als ‘radicaal centrist’ en stemde hij datmaal op D66, maar voelt zich vooral gedreven door concrete problemen zoals een schone stad en het verbinden van mensen van verschillende generaties en achtergronden.
MacGregor bouwde zijn hotels bewust niet als klassieke ketens maar als sociale experimenten waar toeristen, zakenreizigers, studenten, ondernemers en digital nomads samenkomen. Tegen critici die waarschuwden voor spanningen tussen bijvoorbeeld zakelijke gasten en studenten stelde hij dat technologie generaties dichterbij heeft gebracht en dat gemengde plekken juist verrijkend werken. Hij waarschuwt wel tegen het isoleren van groepen: als je honderden studenten in één leeg gebouw zet zonder volwassenen, leidt dat tot ongewenst gedrag. Segregatie moet je volgens hem vermijden.
Amsterdam en het thema toerisme houden hem sterk bezig. Hij noemt de stad “echt vies” en organiseerde samen met Victor Knaap vorig najaar Amsterdam CleansDay — een grootschalige opschoonactie waarbij ongeveer 15.000 mensen de stad doorkruisten met prikkers en grijpers. MacGregor hekelt het verdwijnen van lokale verantwoordelijkheid; vroeger vegen winkeliers hun stoep, nu laten grote ketens die taak vaak liggen. De schoonmaakactie begon bij burgemeester Femke Halsema, die zelf meeveegde, en MacGregor benadrukt dat het probleem niet uitsluitend bij toeristen ligt: er bestaan veel soorten toeristen en het gedrag wordt deels bepaald door opvoeding en manieren.
Een andere grote drijfveer voor MacGregor is vluchtelingenhulp. Toen hij – bijna veertig en zakelijk succesvol – de aangrijpende foto van een dood jongetje op een Turks strand op tv zag (de beeldvorming rond de vluchtelingencrisis, bekend geworden in 2015), raakte dat hem diep. Een week later reisde hij met vrienden naar Lesbos om te helpen: voedsel en kleding uitdelen, mensen uit boten halen. Dat leidde tot de oprichting van Movement on the Ground, een stichting die vluchtelingen praktische hulp biedt en probeert hen de draad van hun leven weer op te laten pakken. Zijn ervaring met een voormalige bankier uit Damascus maakte hem bewust van de menselijke complexiteit achter het label ‘vluchteling’: iemand die ooit grote leningen beheerde, kon plotseling als hulpbehoevende in Europa aankomen — en dat raakte hem persoonlijk.
Persoonlijk balanceert MacGregor tussen introversie en verbindingsdrang: hij zegt graag in een hoek te staan tijdens congressen, maar tegelijkertijd houdt hij ervan mensen bij elkaar te brengen, zowel in zijn hotels als in het dagelijks leven. Kleine details tonen zijn menselijke kant: hij spreekt simpeler Engels sinds hij langere tijd in Nederland woont, houdt van een “normale” Franse bistro (Café Caron) en selecteert wijn uit een handgeschreven ‘secret red book’. Tijdens het gesprek bleek hij ook te zitten in een periode van honderd dagen zonder alcohol.
Kern van zijn boodschap is praktijkgerichtheid: linkse politiek hecht volgens hem te veel aan de vraag hoe iets moet gebeuren, terwijl hij liever ziet dat er dingen daadwerkelijk gedaan worden. Zijn ondernemerschap probeert maatschappelijke doelen te combineren met commerciële levensvatbaarheid: ontmoetingsplekken creëren, verantwoordelijkheid terugbrengen naar lokale ondernemers en direct hulp bieden waar mensen in nood zijn. MacGregor is geen ideoloog maar een doener die, vanuit persoonlijke betrokkenheid en ervaring, zoekt naar praktische oplossingen voor schone steden en menselijke ondersteuning van kwetsbaren.