In de kraamkamer van de consultancy vlamt de ambitie hoog op
In dit artikel:
Het is dinsdagavond, week 7, in een lokaal van de faculteit Economie en Bedrijfskunde in Amsterdam. Zestien leden van De Kleine Consultant (DKC), een studentgestuurde consultancyafdeling, hebben hun stoelen in rijen gezet voor de informatiebijeenkomst en wekelijkse vergadering. Aan het hoofd staan de drie directors: econometriestudent Ole Groeneveld (24), pas afgestudeerd jurist Carlos Vugs (24) en bedrijfskundestudent Lars van Stenis (23). Deze avond combineren ze organisatiezaken met de werving van nieuwe leden: tien potentiële consultants schuiven later aan voor een korte case-opdracht en de gebruikelijke borrel na afloop.
DKC voert onbetaalde adviesopdrachten uit voor overheden, ngo’s en bedrijven, met werkvarianten die lijken op die van commerciële strategybureaus — marketing, verduurzaming, aanpassing van businessmodellen — maar zonder winstdoel. Leden besteden gemiddeld vijftien uur per week aan projecten en worden door partnerbedrijven als BCG, Kearney en McKinsey begeleid. Dat netwerk en de ‘feedbackcultuur’ trekken ambitieuze studenten aan; sollicitanten doorlopen een selectie van drie rondes waarin cijfers, motivatie en vaardigheden worden beoordeeld.
De bijeenkomst verloopt volgens een strak format: aankondigingen over uitjes, social media-acties, nieuwe commissies (onder meer een AI-commissie) en praktische to-do’s worden snel afgehandeld. Daarna krijgen de aspirant-consultants een casus; ze moeten onder begeleiding een issue tree opstellen om het probleem te structureren — een klassiek instrument in consultancy. In groepjes presenteren ze korte pitches; sommigen missen nog vaardigheid, anderen krijgen constructieve feedback van de ervaren DKC’ers. Een jury kiest een winnende oefengroep, waarna de aanwezigen naar de borrel verplaatsen om te netwerken.
Achter de frivole sfeer — veel borrels en sociale activiteiten, gefinancierd uit vergoedingen van opdrachtgevers — schuilt ook ambitie en statusbewustzijn. DKC fungeert voor velen als springplank naar professionele consultancy, en de club geniet daardoor aanzien onder studenten. Dat leverde media- en boekaandacht op; in De Bermudadriehoek van talent noemt Simon van Teutem organisaties als DKC een kweekvijver voor consulancytalent en uit hij kritische bedenkingen over de aantrekkingskracht van die sector. Groeneveld benadrukt dat lang niet alle leden later in de commerciële consultancy willen werken.
Tijdens het napraten van de directors komen ook aandachtspunten naar voren: het werven via LinkedIn moet beter, betaalde Instagram-promotie werkt niet, en er is ruimte om meer diversiteit binnen de groep te krijgen. De avond toont hoe studenten via DKC praktijkervaring, netwerken en training zoeken, terwijl ze binnen een competitieve, sociale en leergerichte omgeving samenwerken — een mix van idealisme, ambitie en voorbereiding op toekomstige carrières.