In een sector vol verloop blijven zij wel

woensdag, 20 mei 2026 (08:34) - Het Financieele Dagblad

In dit artikel:

Tzvika Liber (1964) werkt sinds 32 jaar als ober in restaurant Toscanini in Amsterdam. Oorspronkelijk afkomstig uit Israël en ooit opgeleid als concertpianist in New York en Londen, belandde hij op zijn 22ste in Amsterdam en vond daar zijn podium in de bediening. Liber is vaak het eerste aanspreekpunt voor binnenkomende gasten; hij ziet het als zijn taak de avond aangenaam te maken, energie te brengen en mensen even hun zorgen te doen vergeten. Door de jaren bouwde hij sterke banden met collega’s en vaste gasten — sommige tafelplekken herinneren hem aan overledenen zoals de vaste bezoeker Robert Sandelowsky — en hij ervaart het werk als sociaal en afwisselend. De horeca is fysiek zwaar, maar Liber past zijn ritme aan (minder uren dan vroeger) om het langer vol te houden; hij hoopt het liefst door te werken tot zijn 75ste, met een knipoog naar ooit bedienen met een rollator. Technische veranderingen, zoals bestelapparatuur, heeft hij geaccepteerd, maar het menselijke contact blijft centraal.

Ronald Wiltjens (1959) is zestien jaar nachtportier bij hotel Karel V in Utrecht en staat deze maand officieel op pensioen, maar blijft twee nachten per week werken. Na een loopbaan in restaurants (sommelier, bedrijfsleider) zocht hij een functie die beter bij zijn fysieke gesteldheid paste; de nachtdienst bleek ideaal. Zijn ritme is nachtelijk: hij begint rond elf uur en werkt tot zeven uur ’s ochtends, met slaap verdeeld over dag en nacht. De werkzaamheden omvatten technisch en veiligheidswerk (rondes, sloten, installaties), late inchecks en soms onverwachte incidenten zoals medische noodgevallen of kleine brandjes. Wiltjens benadrukt dat nachtwerk verre van saai is en dat vaste gasten het werk betekenis geven. Hij waardeert de stabiele nachtdienstteams en de goede arbeidsvoorwaarden; het pensioen verandert niets aan zijn behoefte aan sociaal contact en vrijheid, dus hij kiest ervoor deels te blijven werken.

Leidi Karel (1949) werkt sinds 2008 bij het Pillows Luxury Boutique Hotel in Deventer en is twaalf jaar met pensioen, maar nog steeds 24 uur per week afwasser. Haar loopbaan bestaat uit jaren van schoonmaak- en keukendiensten, al vanaf haar jeugd; ze combineerde intensief werk met zorg voor familie en scheiding, en vocht voor financiële onafhankelijkheid. Karel is praktisch ingesteld: orde en netheid zijn voor haar essentieel, en ze voelt zich verantwoordelijk voor het eindresultaat. Hoewel ouderdom hoor- en zichtverlies met zich meebrengt, wil ze niet afhankelijk zijn en fiets ze zolang mogelijk op haar elektrische fiets naar het werk. Werk biedt haar structuur, afleiding en sociale erkenning; ze is loyaal tegenover de werkgever die haar vroeg en later beloonde bij jubileums. Het idee van volledig stoppen ontroert haar — ze hoopt nog zo lang mogelijk actief te blijven.

Gemeenschappelijke thema’s: alledrie vinden in de horeca meer dan een salaris — sociale verbinding, zingeving en routine zijn doorslaggevend voor het voortzetten van werk op hogere leeftijd. Ze tonen ook het praktische aanpassingsvermogen dat van lange dienstverbanden vraagt: flexibele uren, tolerantie voor fysieke inspanning, het leren van nieuwe technieken en het scheppen van vertrouwensbanden met gasten en collega’s. Voor hen is werk een manier om betrokken en vitaal te blijven, niet alleen een bron van inkomsten.