In het hoofd van Ed van der Elsken
In dit artikel:
In een voormalige boerderij in Edam — de plek waar fotograaf Ed van der Elsken tot zijn dood in 1990 woonde en die nog altijd gekleurd en eigenzinnig oogt — ontdekte het Rijksmuseum samen met het Nederlands Fotomuseum een omvangrijk archief vol contactvellen, notitieboekjes, brieven, afdrukken en dummy’s. Curatoren Mattie Boom en Hans Rooseboom trokken in 2016 naar die locatie; Van der Elskens weduwe Anneke Hilhorst beheerde het materiaal tot 2019. Dat jaar verwierf het Nederlands Fotomuseum samen met het Rijksmuseum het archief, waarbij 8.000 afdrukken naar het Rijks gingen. Gisteren opende in het Rijksmuseum de grote tentoonstelling Up Close, die vier decennia werk van Van der Elsken noodgedwongen en liefdevol onder de loep legt.
De opzet van de expositie is expliciet procesgericht: het werkarchief staat centraal zodat bezoekers "over zijn schouder" kunnen meekijken. In het restauratie- en onderzoekscentrum Ateliergebouw liggen dummy’s van boeken, zwart‑wit- en kleurencontactvellen, notitieboekjes en exemplaren van tijdschrift Avenue die tonen hoe Van der Elsken zijn beeldverhalen monteerde. De tentoonstelling laat zien dat zijn aanpak niet alleen esthetiek was, maar ook statement: foto's werden vaak samengesteld, met tegenstellingen en symboliek naast elkaar geplakt om sociale kwesties te belichten — van apartheid in Zuid‑Afrika tot de verdrukkende macht van ideologieën in Sweet Life (1966).
Up Close belicht sleutelmomenten: zijn vroeg werk als reportagefotograaf, de overgang naar kleur en film, en de ontwerpen voor het latere boek De ontdekking van Japan — een land waar hij ongeveer vijftien keer verbleef en waar hij zelfs sterrendom genoot. Hoewel Van der Elsken lange tijd bekendstond om zijn krachtige zwart‑wit-contrasten, experimenteerde hij al vroeg met kleur. De laatste 25 jaar fotografeerde hij vooral in kleur, deels gedreven door vraag uit tijdschriften. Omdat kleurenafdrukken sneller vervagen, toont het museum gescande kleurendia’s als diapresentaties; het Nederlands Fotomuseum restaureerde eerder 42.000 aangetaste kleurendia’s.
De tentoonstelling is thematisch opgebouwd over negen zalen en bevat naast fotografische werken ook filmfragmenten — bij binnenkomst een clip uit 1974 waarin Van der Elsken tussen boeren en koeien in Purmerend te zien is — en vitrines met correspondentie en samenwerkingsprojecten, onder meer met ontwerper Jurriaan Schrofer voor Een liefdesgeschiedenis in Saint Germain des Prés. Bezoekers krijgen inzicht in zijn werkmethoden: van kleine vormstudies — een abstract vlak met viskratten in Marseille — tot levendige feest- en tegencultuurbeelden van krakers, hippies en nozems.
Nieuw en verrijkend zijn de notitieboekjes uit zijn Parijse beginjaren en brieven die een genuanceerder beeld geven van de fotograaf dan zijn publieke imago van onverschrokken dandy; uit de correspondentie blijkt ook twijfel en zelfreflectie. Even opmerkelijk is de dummy voor het nog nooit verschenen boekje Feest, een levendige lay‑out met dansende, uitbundige mensen die voor de jaren vijftig ongekende vrijheidsbeleving laat zien.
Het doel van Up Close is niet alleen een overzicht van hoogtepunten, maar vooral een openbaring van Van der Elskens drijfveren: een betrokken, empathische blik op het dagelijks leven en subculturen, en een constante zoektocht naar nieuwe vormen en media. Voor wie zijn iconische beelden kent, biedt de expositie nieuwe inzichten in het maakproces; voor nieuw publiek schetst ze waarom Van der Elsken als belangrijk en invloedrijk beeldverteller geldt.
Het Oranje Café: Arnaut Danjuma vertelt over Abdelhak Nouri: 'Ik ben eergisteren nog bij hem thuis geweest'