In het voetspoor van ontdekkingsreiziger Lumholtz

vrijdag, 9 januari 2026 (07:05) - Het Financieele Dagblad

In dit artikel:

De Noorse schrijver en journalist Morten Strøksnes bracht twintig jaar door met het volgen van de sporen van de vrijwel vergeten landgenoot Carl Lumholtz (1851–1922). Dat traject combineerde stoffige archieven met veldwerk: Strøksnes reisde naar Queensland in Australië, naar de Sierra Madre in Mexico en diep het Borneose regenwoud in om ter plekke te zien wat er van de volkeren en gebruiken is gespaard die Lumholtz rond 1900 beschreef. Zijn onderzoek en reizen resulteerden in het boek De man die de wereld wilde zien.

Lumholtz begon als natuurverzamelaar maar ontwikkelde zich tot etnograaf; hij verbleef langdurig bij aboriginals, indianenvolken in Mexico en samenlevingen op Borneo om hun taal, ceremonies en dagelijks leven vast te leggen. In zijn tijd gold het verzamelen van artefacten — en zelfs menselijke resten — als wetenschappelijke plicht: musea financierden expedities en verwachtten objecten en skeletten voor onderzoek. Strøksnes laat zien dat daar een duistere kant aan zat: het stelen van botten, heimelijke opgravingen en het kopen van mensen waren onderdeel van wat Lumholtz en zijn team moesten doen om aan de verwachtingen van Europese instituten te voldoen. Hoewel Lumholtz volgens Strøksnes respect en bewondering voor veel inheemse mensen had, nam hij actief deel aan praktijken die uit koloniale tijd stammen en die vandaag moreel problematisch lijken — niet het minst omdat skeletten werden gebruikt voor rassentheorieën.

Strøksnes werd op het spoor van Lumholtz gezet tijdens zijn studie geschiedenis en filosofie in Oslo, toen hij ontdekte dat een ooit beroemd geworden ontdekkingsreiziger in eigen land vrijwel vergeten was. Die vergeten status maakte Lumholtz voor Strøksnes aantrekkelijk: zijn leven functioneerde als een sleutel tot het verleden en een manier om te onderzoeken hoe diezelfde gemeenschappen er nu voorstaan. Gedrevenheid en obsessie dreven Strøksnes zelf tot risico’s die hij normaal zou mijden; hij erkent dat hij de gevaren in Mexico en Borneo vaak heeft afgewogen tegen de noodzaak zijn levenswerk te voltooien.

Ter plaatse vond Strøksnes vaak meer continuïteit dan hij verwachtte: rituelen, festivals en gebruiken die Lumholtz beschreef blijken in sommige gebieden verrassend intact. Als voorbeeld vertelt hij over de Rarámuri in de Sierra Madre, bij wie paasrituelen christelijke en traditionele elementen combineren en die nog steeds bekendstaan om hun langeafstandsloop — een informele loop van veertig kilometer die hij bijwoonde. Tegelijkertijd zijn de omstandigheden zwaar veranderd: in de Sierra Madre hebben drugskartels veel gewone macht gekregen en worden boeren gedwongen om opium- of coca-achtige gewassen te verbouwen; op Borneo leidt massale ontbossing tot snelle aantasting van leefgebied en culturen.

De kernvan Strøksnes’ boek reikt verder dan biografische reconstructie van Lumholtz: het is een reflectie op de botsing tussen westerse moderniteit en traditionele samenlevingen, en op de huidige wereldwijde druk op culturele en ecologische diversiteit. Lumholtz geloofde dat veel van de volkeren die hij bestudeerde of zouden verdwijnen of zouden opgaan in de westerse beschaving — vaak met verlies van eigenheid — en Strøksnes ziet die spanningen nog altijd bestaan. Hij constateert misstanden (ontbossing, geweld, invoer van verslaving en bedrog door buitenstaanders) en voelt daar verdriet over; als journalist heeft hij veel ellende gezien en noemt zichzelf cynisch, maar zoekt ook naar tekenen van hoop en menselijkheid, bijvoorbeeld de gastvrijheid en openheid die hij herhaaldelijk ontving.

Persoonlijke observaties kleuren het verslag: Strøksnes vertelt open over de angsten tijdens zijn expedities — van mogelijke confrontaties met kartels tot de risico’s van het oerwoud — en over de motieven achter zijn doorzettingsvermogen. Lumholtz’ verhaal illustriert hoe wetenschap, roem en koloniale praktijken met elkaar verweven waren, en Strøksnes gebruikt die lens om zowel historische verantwoordelijkheid als de actuele staat van inheemse culturen te bespreken. Het resultaat is enerzijds een portret van een vergane ontdekker en anderzijds een hedendaags beeld van culturen onder druk, met duidelijke verwijzingen naar milieuproblemen en geweld die de toekomst van die gemeenschappen bedreigen.

BEKIJK OOK:

Vandaag Inside: 'The Champ' richt zich in video tot René van der Gijp, Wim Kieft, Michel van Egmond en Rob Jansen