ECB laat rente ongewijzigd in mogelijk laatste pauze vóór juniverhoging
In dit artikel:
FRANKFURT — De inflatie in de eurozone is in april opnieuw boven de 2%-doelstelling van de Europese Centrale Bank uitgekomen: 3,0% tegenover 2,6% in maart. De stijging wordt grotendeels toegeschreven aan hogere energiekosten, nadat de olieprijs door nasleep van het conflict in Iran opliep tot rond $124 en daarmee een vierjarig hoogtepunt bereikte. Dat vergroot de druk op de ECB om haar rente te verscherpen, ook al zullen beleidsmakers naar verwachting op hun vergadering later op donderdag de rente voorlopig ongemoeid laten.
Tegelijkertijd wijzen de onderliggende cijfers niet op een brede, aanhoudende prijsopmars. De kerninflatie (exclusief energie en voedsel) daalde licht naar 2,2% en prijsstijgingen in de dienstensector verzwakten verder. Dat vermindert iets de urgentie van onmiddellijke, forse renteverhogingen, maar markten rekenen erop dat de ECB in juni wel een signaal zal geven of daadwerkelijk gaat verhogen, gevolgd door nog zeker twee — mogelijk drie — verhogingen dit jaar als olie hoog blijft.
Het macro-economische plaatje compliceert het beleid. De economische groei in de eurozone was al broos: het bbp groeide in het eerste kwartaal nog maar 0,1% (tegen 0,2% eerder). Analisten waarschuwen dat hogere energieprijzen de groei over een jaar met ongeveer 0,4–0,5 procentpunt kunnen drukken. Recente enquêtes tonen dalend ondernemersvertrouwen, een verslechterende dienstensector, krimpende winstmarges, aanhoudende exportproblemen door tarieven en plannen van banken om de kredietverlening aan bedrijven te beperken — signalen die de neerwaartse groeirisis vergroten.
Centraalbankers elders (Fed, Bank of England, Bank of Canada, Bank of Japan) hielden deze week de rente ook ongewijzigd, en ECB-functionarissen benadrukken dat zes weken tussen vergaderingen genoeg tijd geven om op meer harde data te wachten in plaats van gehaast te handelen. Dat standpunt weegt mee omdat de huidige inflatiegolf niet dezelfde kenmerken heeft als de piek in 2022 — toen inflatie veel hoger was, rentes negatiever, begrotingen losser en huishoudens meer spaargeld hadden.
Toch bestaat het risico van ‘geheugen- en verwachtingsgedreven’ effecten: omdat recente hoge inflatie nog vers in het hoofd zit, kunnen bedrijven sneller prijzen verhogen en werknemers eerder hogere lonen zoeken, wat een tweede-ronde inflatie zou kunnen veroorzaken. Dit is precies wat beleidsmakers proberen te voorkomen bij hun afweging tussen het beteugelen van inflatie en het beschermen van de fragiele economische groei.