Inflatie eurozone stijgt, snelle tik door oplopende olieprijs
In dit artikel:
Eurozone-inflatie liep in februari hoger op dan verwacht, maar bleef nog net onder de ECB-doelstelling van 2%. Volgens Eurostat steeg de samenvoegende inflatie van de 21 eurolanden naar 1,9% (van 1,7%), terwijl analisten een stijging tot 1,7% verwacht hadden. De onderliggende inflatie (exclusief energie en voedsel) nam toe naar 2,4% tegen 2,2% een maand eerder, vooral door stevigere prijsstijgingen in de dienstensector.
De cijfers komen vlak voor zorgen over de impact van het Midden-Oostenconflict, dat de olie- en gasprijzen recent met meer dan 10% opdreef. Tankstations geven hogere kosten snel door aan consumenten, waardoor de effecten op de inflatie binnen dagen zichtbaar kunnen zijn als verstoringen in productie of transport aanhouden. Rekeninghouders als JPMorgan schatten dat een wereldwijde Brent-opslag van 10% de inflatie in de eurozone binnen drie maanden ongeveer 0,11 procentpunt kan optrekken; de recente beweging zou, bij stabilisatie op dat niveau, circa 0,2 procentpunt extra kunnen betekenen.
Toch verwachten beleidsmakers en markten dat de inflatie in 2026–27 onder de 2% blijft, waardoor onmiddellijke renteverhogingen door de ECB onwaarschijnlijk zijn. De depositorente van 2% wordt door markten als onveranderd beschouwd en langetermijninflatieverwachtingen zijn niet sterk gestegen. Banken waarschuwen dat alleen een veel grotere, aanhoudende olieprijsstijging of duidelijke tweede-ronde-effecten (bijv. hogere lonen die prijzen opdrijven) een verkrapping zouden rechtvaardigen. De ECB komt op 19 maart bijeen, maar zal vermoedelijk alleen ingrijpen bij blijvende veranderingen in financiële condities, verwachtingen of loonvorming.