Inflatie is 2,9 procent, maar Nederlanders voelen 8 procent: zo kan dat
In dit artikel:
De Nederlandse inflatie kwam in juni uit op 2,9 procent, maar veel consumenten ervaren nog altijd prijsstijgingen van rond de 8 procent. Volgens nieuwe cijfers van het CBS is dat verschil sinds de energiecrisis hardnekkig blijven bestaan. Het statistische inflatiecijfer zegt namelijk alleen iets over de snelheid waarmee prijzen stijgen, niet over het prijsniveau zelf: boodschappen, energie, huur en andere vaste lasten zijn de afgelopen jaren al flink duurder geworden en dalen niet automatisch weer terug.
Het CBS berekent de inflatie op basis van een gemiddeld pakket aan goederen en diensten, maar huishoudens geven hun geld anders uit. Lage en middeninkomens merken prijsstijgingen bij huur, energie en boodschappen daardoor sterker, terwijl hogere inkomens minder geraakt kunnen worden. Ook spelen psychologie en dagelijkse waarneming mee: mensen onthouden duurdere, terugkerende uitgaven beter dan een incidentele prijsdaling, zoals bij elektronica.
Tijdens de energiecrisis liep de kloof tussen officiële en gevoelde inflatie sterk op. In juli 2023 bedroeg de officiële inflatie 4,6 procent, terwijl consumenten die op ongeveer 15 procent schatten. Inmiddels is dat verschil kleiner, maar het CBS ziet nog steeds veel zorgen over verdere prijsstijgingen. In juni verwachtte 32,5 procent van de ondervraagden dat de inflatie opnieuw zou oplopen, mogelijk door spanningen in het Midden-Oosten en hogere brandstofprijzen. Het CBS benadrukt dat naast het landelijke inflatiecijfer ook de persoonlijke uitgaven van huishoudens belangrijk zijn om de koopkracht goed te beoordelen.
Vandaag Inside: Bas Nijhuis over hoge accijnzen in Nederland: ‘Niet gek dat mensen naar Duitsland gaan’