ING sluit 2025 af met €6,3 miljard winst
In dit artikel:
ING boekte in 2025 een nettowinst van €6,3 miljard, nagenoeg gelijk aan een jaar eerder, terwijl de omzet met bijna 2% steeg naar ruim €23 miljard. De bank profiteerde van aanhoudend hoge rentes en vooral van groeiende inkomsten uit dienstverlening: fee-inkomsten klommen met 15% naar €4,6 miljard. ING wil deze inkomstenbasis verder versterken en mikte erop dat fees rond 2027 circa 20% van de totale omzet uitmaken.
Het klantenbestand groeide flink: meer dan een miljoen Europeanen gingen vorig jaar aan de slag met ING’s betaalapp. In het vierde kwartaal realiseerde de bank een nettowinst van €1,41 miljard; fee-inkomsten in dat kwartaal waren €1,22 miljard en de nettorentebaten €3,82 miljard (wel iets onder verwachtingen).
De kosten namen in Q4 met 4% toe door investeringen in groei, digitalisering en efficiëntie, plus incidentele herstructureringskosten van €104 miljoen. In het verlengde daarvan zet ING in op automatisering en AI, met mogelijke gevolgen voor personeel — in Nederland zou dat in 2026 kunnen leiden tot circa 950 banenverlies, al noemt de bank dit geen grootschalige herstructurering.
Om tegenvallers op te vangen verhoogde ING de buffer (de zogenaamde stroppenpot) met 4% tot €365 miljoen. Tegelijkertijd blijft geopolitieke onzekerheid een spilrisico; topman Steven van Rijswijk benadrukt dat spanningen tussen machtsblokken het economische klimaat belasten en dat de VS een belangrijke markt voor ING blijft.
Een lastig dossier is de uittocht uit Rusland: de verkoop van de laatste activiteiten loopt vertraging op door ontbrekende goedkeuringen en ING verwacht daar een verlies van circa €800 miljoen, met beperkte effecten op de kapitaalbuffers. Van de Nederlandse grootbanken had ING bovendien de grootste kredietblootstelling richting Rusland — ongeveer €6,7 miljard.
Ten slotte wees De Nederlandsche Bank eerder op de afhankelijkheid van Europese banken van grote Amerikaanse technologiebedrijven. ING stelt dat het merendeel van klantdata op eigen servers staat, maar erkent dat het niet volledig losstaat van Amerikaanse techleveranciers.