Inlichtingenexperts: 'Buitenlandse Zaken kende aanzienlijk meer corruptie dan andere ministeries'

vrijdag, 5 juni 2026 (14:05) - Het Financieele Dagblad

In dit artikel:

Kort na de aanslagen van 11 september 2001 kreeg de Nederlandse ambassade in Ankara een tip van een ‘binnenloper’ die beweerde dat Al Qaida van plan was radioactief besmette heroïne in grote hoeveelheden naar de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk te smokkelen als vergelding voor de inval in Afghanistan. De tip, waarvan het doel was een massale slachtofferschaal onder verslaafden en medische personeel te veroorzaken, bereikte Ron Geraets, destijds hoofd van de Veiligheidsdienst Buitenlandse Zaken (VDB, nu Directie Veiligheid, Crisisbeheersing en Integriteit — VCI). In overleg met Buitenlandse Zaken waarschuwde hij de Amerikanen; via een Turkse drugsbaron die banden had met Al Qaida en in Berlijn vastzat, kon het plan worden geverifieerd en tijdig door de VS worden verijdeld.

Geraets beschrijft deze operatie en vele andere gevallen in zijn onlangs verschenen boek Onder diplomatieke dekmantel, dat hij schreef met emeritus hoogleraar inlichtingenstudies Bob de Graaff. De anekdote van de tipster leverde Geraets zelfs een bedankje van de CIA op: een blauwe mok met het opschrift ‘Collectors in action’ — een geschenk dat symboliseert hoe intensief Buitenlandse Zaken vroeger samenwerkte met buitenlandse diensten als de CIA, MI6 en Mossad. Tegelijkertijd waarschuwen de auteurs dat zulke informele ruilrelaties ook problematisch zijn: er bestaat geen helder wettelijk kader of extern toezicht op de inlichtingenpraktijken van Buitenlandse Zaken, wat volgens hen een democratisch tekort oplevert.

Het boek belicht naast heldendaden ook structurele zwaktes binnen het ministerie. De VCI bestaat al sinds de jaren vijftig en gebruikte het wijdvertakte ambassade- en postenstelsel om wereldwijd informatie te verzamelen en kwetsbaarheden in kaart te brengen. Volgens Geraets had deze dienst in de jaren direct na 9/11 een groter internationaal netwerk dan de AIVD, die pas in 2002 de bevoegdheid kreeg om buitenlandse dreigingen breed te onderzoeken. Maar interne problemen — van naïviteit tot personeelscultuur — hebben de effectiviteit en integriteit van de postennetwerken ondermijnd.

Het boek documenteert talloze integriteitsschendingen op buitenlandse posten: de omvangrijke fraudezaak rond ‘tante Annie’ op de ambassade in Buenos Aires (waarmee meer dan $1,5 miljoen van ambassaderekeningen werd weggesluisd), verduistering door lokaal personeel in Jamaica, malversaties in Bangkok, Stockholm en Sofia, en vermoedelijke betrokkenheid van een postmedewerker in Boekarest bij de invoer van drugs uit Colombia. Dergelijke gevallen gingen soms gepaard met bedreigingen door georganiseerde misdaad, aldus Geraets.

De auteurs wijzen op structurele oorzaken: uitgezonden medewerkers verblijven vaak jaren in landen met andere normen en hogere niveaus van corruptie, waardoor sommigen vatbaar raken voor lokale praktijken of verleidingen. Ambassadeurs en functionarissen worden in bepaalde streken als bijna onaantastbaar gezien, wat bij zwakkere karakters tot machtsmisbruik leidt. Daarnaast vormt het lokale personeel op posten — dat vaak de helft van het personeelsbestand uitmaakt — een veiligheidsrisico omdat Nederlandse diensten hen niet altijd kunnen screenen en zij onder druk staan van hun eigen nationale inlichtingendiensten of familiale verplichtingen. Visumfraude is volgens Geraets de meest voorkomende en schadelijke vorm van corruptie: het hangt samen met mensenhandel, criminelen en statelijke actoren.

Geraets en De Graaff merken ook een cultuurverandering: vroeger herrscht er een elitaire ‘oefenkringen’-mentaliteit binnen Buitenlandse Zaken die integriteitsschendingen soms afdekte. Hoewel die gesloten cultuur is afgenomen door diverser personeel, is er volgens hen ook ‘ontnuchtering’ ontstaan door bezuinigingen sinds 2008 en door het opdrogen van sommige buitenlandse contacten, wat mogelijk heeft bijgedragen aan problemen tijdens de chaotische Nederlandse aftocht uit Afghanistan in 2021.

De kernboodschap van het boek is dubbel: Buitenlandse Zaken beschikt over een uniek en waardevol wereldwijd netwerk dat cruciale inlichtingen kan leveren en levens kan redden, maar diezelfde opstelling en het gebrek aan duidelijke regels, externe controle en robuuste integriteitsbewaking maken het ministerie kwetsbaar — zowel voor infiltratie door misdaad en vreemde diensten als voor intern wangedrag. De auteurs pleiten impliciet voor meer toezicht, heldere wettelijke kaders en versterkt veiligheidsbewustzijn op de posts.