Inspecteur-generaal der Mijnen: 'Dit was een uitgemergelde organisatie'
In dit artikel:
Theodor Kockelkoren, sinds begin 2018 inspecteur-generaal bij het Staatstoezicht op de Mijnen (SodM), blikt terug op hoe de zware aardbeving bij Zeerijp hem direct liet zien hoe kwetsbaar het toezicht op de Groningse gaswinning was. Op zijn vijfde werkdag trof hij een organisatie aan met te weinig mensen en te weinig kennis om de omvang van de crisis goed aan te kunnen. Dat bracht hem ertoe om niet alleen in Den Haag te werken, maar ook zelf het bevingsgebied in te gaan om met bewoners te praten en hun dagelijks leven achter de schade en onzekerheid te begrijpen.
Die gesprekken veranderden volgens hem de manier waarop het SodM naar veiligheid keek: niet langer alleen via technische rapporten en politieke afwegingen, maar ook vanuit de leefwereld van bewoners. Kort na de beving adviseerde het toezicht de overheid om de gaswinning snel af te bouwen. Kockelkoren zegt dat daar geen directe politieke druk voor nodig was om voorzichtig te zijn, maar dat ambtenaren wel te dicht tegen NAM aan zaten en soms economische belangen lieten meewegen die eigenlijk bij de minister horen.
Onder zijn leiding groeide het SodM van 80 naar 190 medewerkers en kwam er een collegiale directie, omdat een eenhoofdige leiding volgens hem te kwetsbaar is voor druk van buitenaf. Toch blijft de kernopgave hetzelfde: onafhankelijk toezicht houden op risico’s voor mens en milieu, en daar ook tegen de regering durven ingaan. Juist daarom maakt hij zich zorgen over een nieuwe Kaderwet Rijksinspecties, die ministers volgens hem te veel invloed zou geven op wat inspecties onderzoeken en hoe zij opereren. Voor Kockelkoren staat of valt het vertrouwen van burgers en bedrijven met die onafhankelijkheid.
Vandaag Inside Oranje: Hoe denken FC Barcelona-fans over Frenkie de Jong?